?

Wat de burger niet begrijpt

In mijn vorige blog maakte ik me een beetje kwaad op Vroomans en Boonman van TROS Kamerbreed. Dat radioprogramma is meestal de moeite van het be­luis­teren waard maar vorige week stelden ze mijns inziens wel heel veel sugges­tieve vragen aan hun gast, Hirsch Ballin. Vaak waren het niet eens vragen maar eerder een soort stiekeme stellingen.
Ik werd ook kriegel van het aantal keren dat Vroomans en Boonman ‘Wat de burger niet begrijpt …’ in de mond namen. En dan volgde een of ander maat­schappelijk of politiek mankement. Het duurde enkele dagen voordat ik me realiseerde wat ik daar nou zo vervelend aan vind.
Wat is er mis met ‘die burger’ en met ‘de burger’ als die zo wordt opgevoerd in de media? Waar zijn journalisten dan mee bezig?

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Laten we wel wezen: de meeste burgers (ook ik) begrijpen maar weinig van wat er in de wereld gebeurt en al helemaal niet van waarom het gebeurt. Dat kàn ook helemaal niet!

  • Vandaag, vrijdag 17 juli 2009: een bomaanslag op hotels in Jakarta … Ik hoop niet dat ik dat even moet gaan uitleggen. Waarom niet volgende week? Waarom greep de AIVD niet tijdig in om zo de aanwezige Nederlanders voor verwondingen te behoeden?
  • Freire (de RABObank-fietser) werd beschoten met een buks … Hoezo? Deed dit een gek of gaat het om een nog onbekende verzetsbeweging?
  • Iets anders: wil ìk de Joint Strike Fighter? Of zouden helikopters niet handiger zijn?
  • Moet de AOW-leeftijd naar 80 of kunnen we de zaak nog redden door gauw flink veel kindertjes te maken? En zijn er niet genoeg jeugdwerklozen, soms, potdomme!
  • Eicellen oogsten, invriezen, carrière maken en dan een kindje op je vijftigste. Dat kan blijkbaar maar of dat nou gaat helpen tegen die dreigende verhoging van de AOW-leeftijd …? Of is dit een nieuwe eierkoe voor medisch specialisten?

Genoeg van dit soort stomme flauwekul. Toch leggen journalisten dergelijke problemen veelvuldig en gretig voor aan iedere burger, aan ú. Ik hoop dat u een onderbouwde reactie kunt geven.

Een laatste, serieuzer voorbeeld: toen een Wilders-aanhanger van me wilde dat ik verder alleen politiek-zakelijk op Wilders zou inhakken, heb ik hem uitgelegd dat ik dat tot mijn oprechte spijt niet kan. Ik ben namelijk niet in staat om een partijprogramma op zijn merites te beoordelen. Ik kan het echt niet CBS-door­rekenen noch op zijn haalbaarheid en effectiviteit waarderen. En wie, welke burger, kan dat wel?

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Nee, inderdaad: er zijn veel dingen die de burger vanzelfsprekend niet begrijpt. En dat is geen schande, geen verwijt.

Wat het journalistenvraagje ‘Wat de burger niet begrijpt …’ zo vervelend maakt, is dat het vaak gebruikt lijkt te worden als verwijt aan de ‘deskundige’ die op dat moment op het hakblok ligt. Meestal gaat het dan om een met macht beklede politicus. Of die maar even in 1,45 minuut een afdoende verklaring wil geven voor dat maatschappelijk falen. En niet alleen de verklaring; ook de oplossing wordt verwacht. De vragen zijn groots, de beschikbare tijd is krap.

Ik vermoed dat de inhoudelijke kennis van de journalist in kwestie nagenoeg nihil is. Wat verwacht je anders: die journalist is ook maar een soort van burger. Zou hij/zij ook maar iets meer van het probleem weten, dan zou hij de (onmogelijke, onbeantwoordbare) vraag uit schaamte niet durven stellen.

Het mooie van TROS Kamerbreed is dat er vrij veel tijd beschikbaar is zodat de marteling extra lang kan duren. Ga zelf maar luisteren waar die ‘xx minuten’ voor staat. Het duurde en duurde …

  • ‘Waar Justitie (Hirsch Ballin) de gore moed vandaan haalt om frequente Thailandgangers te brandmerken als kinderverkrachters?’ (Afhandeling gewenst in xx minuten.)
    Ik ben mij ervan bewust dat ik hier een valse weergave geef van de ‘vragen’ van Vroomans en Boonman; zoals zíj de woorden van Hirsch Ballin ver­draai­den. Ik hoef mij, als burger, niet te houden aan ‘De verklaring der rechten en plichten van de journalist’. Of het fatsoenlijk is, is een andere vraag. Ik doe het hier met opzet.
  • ‘Of Hirsch Ballin maar even wil uitleggen waarom de Hells Angels niet als criminele organisatie kan worden aangemerkt en vervolgd. De burger begrijpt dit niet.’ (xx minuten)
  • ‘Waarom moest er een dode klant vallen alvorens de Taxiwet op de schop gaat?’ (xx minuten)
  • ‘Hoe zit het met het allengs verminderde vertrouwen van de burger in de overheid?’ (xx minuten)
    Cultuurfilosofen draaien voor een antwoord op deze vraag hun hand niet om: een boekenplank vol, alstublieft.

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Waar journalisten, of de omroepbazen, wellicht meer van weten, dat zijn de kijk- en luister­cijfers. Zoals overal in de samenleving wordt in de omroepwereld veel waarde gehecht aan kwantiteit, meer dan aan kwaliteit.

Nu even niet kletsen a.u.b. Het argument dat kwantiteit niet strijdig hoeft te zijn met kwaliteit, is een doekje voor het bloeden. Ik doel ook op de veelgehoorde argumenten dat ‘de luisteraar’ ‘het’ zo wil, dat die nou eenmaal niet in staat is om langer dan drie minuten achtereen te luisteren. En dan komen er nog ander smoezen: dat andere omroepen het nog veel erger maken of dat ze het anders niet redden.

Wat zou die niet-begrijpende-burger, waar de omroepbazen / journalisten zo’n (zakelijk) begrip voor hebben, dan wèl willen horen of zien? Afgaande op wat er uitgezonden wordt, willen ze volgens hen:

  • Items van hoogstens enkele minuten waardoor slechts simplistische samen­vattingen van ingewikkelde kwesties gegeven kunnen worden.
  • Programma’s die regelmatig onderbroken worden door compilaties van kreten van de afgelopen weken.
  • Herhalingen van wat er het vorige uur gezegd is en vooraankondigingen van wat er het komende uur staat te gebeuren.
  • Dit alles gelardeerd met knetterende jingles en tunes of onzinrubriekjes als de ‘Zapp-service’ en ‘Geen commentaar’.

Goede, meer op de inhoud gerichte programma’s worden verbannen naar na twaalven of naar een onvindbare zender die niet in het basispakket zit. Maar waag het niet om vragen te stellen bij de werkwijze van de mediamens. Commentaar wordt òf niet begrepen òf afgedaan met ‘Nu hebben wij het zeker gedaan.’ en ‘Wij, hoeders van de democratie en het vrije woord, opereren onafhankelijk.’ (met andere woorden: ‘Wij dulden geen kritiek.’).

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Toch bestaat er blijkbaar veel journalistieke belangstelling voor de mening van die niet-begrijpende-burger, die burger die zijn gedachten niet langer dan enkele minuten bij één onderwerp kan houden. En dat levert veel onzin en stupiditeit op.

  • In de laatst gehoorde uitzending van Stand.nl werd ik uitgenodigd om te rea­ge­ren op de stelling dat ‘alle aandacht voor de Mexicaanse griep overdreven’ is.
    Mijn God! Wat zal ik daarover zeggen? Maar het programma kwam vol. Deze keer waren er weinig schreeuwers te bewonderen.
  • Aan veel items worden straatinterviewtjes toegevoegd, tot in het NOS-journaal toe.
    Dat levert belangwekkende informatie als: ‘Onze buurman was toch zo aardig. Echt vreemd dat hij zijn gezin uitmoordde.’ en ‘Iedereen kon toch aan zien komen dat de Noord-Zuidlijn zou instorten.’
  • Polls over van alles en nog wat.
    Hele programmaseries worden gebaseerd op publiekskeuze. Ik heb er nooit één aflevering van gezien maar de ‘format’ van Big Brother leek me op het kantje. Bij Idols dacht ik: ze doen maar. Het Glazen Huis ging blijkbaar ook anderen te ver.
    De ranzigste poll vind ik wel Ranking the news. Een geniaal idee: de burger mag stemmen op rampen, oorlogen, moordpartijen of hongersnood. Alsof het een gebbetjes zijn. Zó smerig! Maar BNN zal de ethiek hiervan vast aan u kunnen uitleggen. Of zou het ze vooral gaan om de luistercijfers?

Zo langzamerhand denk ik dat het maar goed is dat ‘politieke referenda’ het als fenomeen niet gered hebben, hoe sympathiek bedoeld ook.

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Nu wil ik het eventjes over een andere boeg gooien. ‘Wat de burger niet begrijpt’, sommigen dan, is hoe hij zich een beetje aangenaam, verstandig, vriendelijke en solidair gedraagt.

  • Op een rijtje van vijf huizen kende ik drie huursubsidiefraudeurs. Voor de zekerheid zeg ik erbij: allemaal witten.
  • Vanuit een groepje roept iemand ‘Taliban’ tegen een jongedame met hoofd­doek. Er wordt gelachen maar bij navraag heeft niemand het gedaan. Op­nieuw: witten!
  • Mobiel brullen in het OV blijft populair. Dit keer: alle kleuren.
  • Een wit iemand zegt: ‘Maak maar een kras op die auto.’ als ik de heg aan het snoeien ben. Ja, want die auto had een stukje verderop geparkeerd moeten worden.

Er draait op dit moment een Postbus 51 campagne die aandacht vraagt voor deze tendens. Tokkies-gedrag laat ik hier nog geheel buiten beschouwing.

‘Wat de burger niet begrijpt …’

Wat vind ik nou zo vervelend aan dat journalistenvraagje ‘Wat de burger niet begrijpt …’? Ik denk dat ik, een burger, het vervelend vind om op deze manier, ongevraagd, door een journa­list in stelling gebracht te worden. Het kan zijn dat die journalist het doet met de beste bedoelingen maar ik heb er mijn twijfels bij. Hij zet mij neer als een dom, jengelend en verwend kind dat ogenblikkelijk een ijsje wil. De opzet van het interview leent zich bij voorbaat al niet voor een correcte beantwoording van vragen die ik zou hebben.
Daar komt bij dat de omroepen die burger, mij, op een wel heel vreemde manier bij hun programma’s betrekken: respectloos en onfris. Voor alle duidelijkheid: ik wil absoluut niet gerekend worden tot de burgers die dergelijke technieken wèl dolletjes vinden.

Plaats een reactie