?

Wat is belangrijk …

Wat is belangrijk om te leren, wat is nodig om te weten

Dit is het allerlaatste in een serie van 20 blogjes. Het overzicht staat in De Weerenschool en Freinet I.

Als ik nog wel eens met mensen praat over Freinet en kinderzelfbestuur, komt men altijd met de grote zorg:

“De kinderen moeten toch bepaalde dingen leren. Dingen die belangrijk zijn. En doen ze dat wel op die manier?”

Allereerst is het een misvatting dat er in de een of andere wet precies staat wat er op een lagere of basisschool behandeld moet worden. Dat is een grappig neven­effect van de vrijheid van onderwijs. Alles wordt, gelukkig, omschreven in vage termen als ‘voldoende kennis van … om naar behoren te kunnen functione­ren’.
Tenminste: zo was het toen, in 1980. Het kan zijn dat hierin dingen veranderd zijn. En de vele C¿to-toetsen en leerling­volgsystemen gooien roet in het eten. ‘Leerling­drilsystemen’ is misschien een betere term. In groep zeven en acht zijn veel bezigheden gericht op die eind­toet­sen.

Ook een misvatting: in de methodeboekjes staat alles wat aan de orde moet komen; staat alles wat van belang is. Het is al de vraag hoe je dat ‘van belang’ moet of kunt omschrijven. Hoe, in vredesnaam, konden de auteurs vijf jaar geleden en levend in een andere wereld, weten wat voor kinderen in een VINEX-wijk nuttig is om te weten. Zijn er al degelijke metho­des ‘Gedrag op de (a-)so­ci­ale media’?
Het zal waar zijn dat ze, de auteurs, er hun best op gedaan hebben. En ook: in algemene zin kun je een goede gok doen wat er zo ongeveer voorbij zal komen. Niet voor niets kwamen breuken (gewone en de decimale) en negatieve getallen op de Weerenschool vaak in onge­veer hetzelfde leerjaar aan de orde. Denk aan Maria Montessori met haar ‘gevoelige perioden’.
En omdat alle methodenschrijvers en toetsenbouwers leentjebuur spelen, lijkt het te kloppen. Het lijkt erop dat een goede methode ‘alles’ aan de orde stelt. Toch: ik heb nog nooit een methode gezien waarin versnellingen van auto’s werden behan­deld. Terwijl de kinderen in mijn klas dit hoogst interessant vonden en er veel nuttigs van leerden. Waarom een versnellingsbak met koppeling (techniek), wat zijn krachten (natuur­kunde) en hoe zit het met verhoudingen (rekenen).

In het Freinetonderwijs en op de Weerenschool werden oorzaak en gevolg omge­keerd.
Als je ervoor zorgt dat het ‘echte’ leven de klas in komt, dan stuiten de kinderen daardoor als vanzelf op dingen die belangrijk zijn om te leren. De technieken (trucs) om dat voor elkaar te krijgen waren bijvoorbeeld de vrije tekst, de laten-zien-kwartiertjes en de corres­pondentie. Omgekeerd kun je niet zeggen: de corres­pondentie is er ten behoeve van … Er zit veel meer in en aan zo’n bezig­heid.
Verder heb je een gunstig klimaat nodig om die onderwerpen uit de ‘echte’ wereld uit te diepen. Als de kinderen op ‘iets’ stuitten, dan moest het wel onder­zocht en geoefend wor­den. Zo kom je op taal- en rekenontdekkingen, studies, een goede bibliotheek met informa­tieve boekjes, brevetten (certificaatje, diplo­maatje), boekjes met gepro­gram­meerde instructie enz. En … kinderen zijn rede­lijk prestatie­gericht: ze willen meestal zoveel mogelijk kennen en kunnen. En de meesten vinden het heerlijk om een kunstje dat lukt duizend-en-meer keer te herhalen.

Een enkele keer ging het ‘mis’. Dan kwam iets wezenlijks niet aan de orde. Als voorbeeld: wat is het verband tussen de kubieke maten en het systeem met liters. (Is dat ‘wezenlijk’? Misschien wel want je stuit hier soms op in het echte leven.) We hadden dus ‘best wel’ een checklist met onderwerpen.
In zo’n geval was het eerst zaak om na te gaan hoe het gekomen zou zijn dat iets niet voor­bij kwam. Misschien dat er op subtiele manier bijgestuurd kon worden (meer uitwisse­ling, meer tijd voor …). Maar in het grote geheel van alle bezigheden was het niet verboden om, als onderwijzer, ook leerpunten in te brengen.

Een andere zorg betreft niet de zozeer de inhoud maar de vorm:

“Als kinderen het voor het zeggen krijgen, dan wordt het een bende, een puinhoop; dan wordt het chaos.”

Misschien is dat waar. ‘Lord of the flies’ is een indringend en tamelijk overtuigend verhaal over hoe het misloopt als twaalfjarigen, in een vijandige wereld (puur natuur), totaal op zichzelf worden teruggeworpen. Gelukkig zijn er in Nederland meestal volwassenen in de buurt.
Voor ieders eigen kind gaat dit chaosprincipe sowieso niet op. “Mijn kind is geen typetje dat liefst de boel afbreekt.”
Dat sommige volwassenen er een bende, een potje van maken, dat is wel dui­de­lijk. Kijk maar om u heen.

Dit is het laatste stukje in deze serie …

In het verleden schreef ik Ik-hoef-niet en Van keerkneus tot tafeltijger.
In de reeks Gedrag van … klaag ik me een slag in de rondte naar aanleiding van mijn belevenissen als invalmeester. Dat was soms echt niet leuk.
Maar ik schreef meer. Zie de blogcategorie Opvoeding en onderwijs.

[Naschrift: vier vervolgjes op deze serie zijn Het bananenboekje en Weeren­school en Freinet II, III en IV.]

Plaats een reactie