?

De kredietcrisis I

Ook mijn nietswaardige licht zal schijnen over deze ellende …

Tot nu toe valt de kredietcrisis me in bepaalde opzichten toch een beetje tegen. Toen de omvang van de ramp langzamerhand duidelijk werd, koesterde ik hoop. Ik zag ‘kansen’ zoals het heet. Dat …

  • Dat ik verlost zou worden van die rottige reclames van banken, verzekeraars en autofabrikanten.
    Dat niet ‘de bouw’ of ‘de metaal’ maar wel deze wereld van glitter en bordkar­ton, leugen en bedrog zou instorten, compleet zou wegsmelten. Hèt moment om deze vooral nutte­loze en geldverslindende bedrijfstak te nationaliseren (dat kan echt, zie de banken) en verder de mond te snoeren. Om ook de onzin over zepen, cosmetica en levensmiddelen de nek om te draaien. Vanaf 2009 alleen nog redelijk recht-door-zee boodschappen over nuttige producten, milieu, cul­tuur en goede doelen.
    Een ramp voor de media? Jazeker: het gedroomde einde van RTL 1 t/m 9, SBS6, Net5 en nog veel meer. Zoals van vier van de vijf stomme spellen, soaps en versleten series op de publieken. Alles bij elkaar lijkt me dat een grote zegen voor de Nederlandse geestelijke volksgezondheid. Minister Klink zal wel een tijdelijke task force moeten regelen om bur­gers met onthoudings­verschijnselen bij te staan. En tenslotte is het een unieke kans om ook de nieuwsvoorziening te herwaarderen: weg met die hitserige hypes.
    Mijn ‘Stichting ter zuivering van de Nederlandse ether i.o.’ kan hierdoor achter­wege blijven. Deze stichting zou zoveel mogelijk reclamezendtijd gaan opkopen en dat hoeft dan niet meer.
  • Dat de rechterflank beschaamd een toontje lager zou zingen.
    Dat de goegemeente eindelijk zou inzien dat je als samenleving maar beter niet kunt stunten (dat heet ‘privatiseren’ en ‘marktwerking’) met zorg, energievoor­ziening, commu­nicatie, huisvesting en vervoer. Dat zelfs je eigen kapitaaltje niet veilig is (en nooit was) bij het bedrijfsleven. Banken maakten van hun core business (geld maken met geld) een bende.
    Ik heb tot nu toe nauwelijks gemerkt dat geprivatiseerde diensten echt goed­koper zijn geworden. Als ‘mondige burger’ ben ik vooral niet blij met het oer­woud aan onmogelijke keuzen dat is ontstaan. Volgens mij is de gemid­del­de Nederlander trouwens helemaal niet zo mondig, niet te verwarren met onbe­schoft. Onbeschoftheid komt hier van twee kanten. In plaats van een ‘klant-koninklijke’ behandeling ervaar ik waardeloze call centra met computer­stem­men, verslechterende voorwaarden en uitsluiting van verwachte rechten.
    Tijdens een van de vele mediadiscussies vernam ik een sterk staaltje ‘ver­nauw­de blik’ op de geschiedenis. “We danken onze welvaart toch maar aan de crea­ti­viteit van de vrije markt.”, zei een VVD-er. Volgens mij munt die creativiteit vooral uit in het ‘piepelen’ van werknemers, de vernieling van het milieu en het bedriegen van de klant ten gunste van bovenbazen en aandeel­hou­ders. Hoe je het ook wendt of keert: dat is de essentie van de vrije markt. Waren het niet eerder vakbonden die streden voor een redelijker verdeling van de ontstane overdaad? Was het niet de overheid die wangedrag in toom probeerde te houden maar daar niet echt in slaagde?
  • Dat de gang van zaken in de VS niet langer klakkeloos als lichtend voorbeeld zou worden gesteld.
    Dat iedere CEO, interim- en accountmanager die zo nodig een topsalaris opeist, op staatskosten van een enkele reis New York wordt voorzien. Zodat hij daar in een kartonnen doos kan gaan wonen. Zij joegen op loze ‘targets’ en brachten waardeloze producten in plaats van continuïteit, kwaliteit en klant­be­trokkenheid. Wat dit betreft, stel ik echt een grote schoonmaak voor: een­ieder die meer dan € x miljoen bezit, levert het meerderde in en mag zich alleen nog supernuttig maken als vrijwilliger. ( 😉 Een variant op het plannetje van Herman Heinsbroek om bejaarden in te zetten als vrijwilliger.) Of hij vertrekt met zijn hele kapitaal naar die kartonnen doos in New York. Het journaal toonde vandaag beelden van lange rijen wachtenden om een baantje te bemachtigen.
    De Amerikaanse manier om een bedrijf te runnen, staat me niet aan. Een beetje verge­lijkbaar met hoe een topsporter zijn lichaam uitwoont om de medailles (targets) te halen. Spuitje hier, pilletje daar … doping; het maakt niet uit, als het maar een ‘topprestatie’ oplevert. Nog afgezien van de finan­ciële implicaties, sta ik versteld van de sociale gevolgen van deze bedrijfsvoe­ring. Tien, vijftien jaar geleden waren veel werknemers trots op ‘hun’ bedrijf en het aandeel dat ze daaraan leverden. Anno nu zal het velen een rotzorg zijn en mag de hele boel gerust af fikken, zat als ze zijn van alle reorganisa­ties en fusies.
    Ik maak het aan den lijve mee in het wereldje van ICT-trainers. Kwaliteit doet nauwelijks ter zake; het enige dat telt is geld, wat er ook beweerd wordt. Het is één groot afknijp­spel waarbij een ‘persoonlijk schuldige’ moeilijk valt aan te wijzen. De opleider-account­manager moet wel meespelen want de klant-P&O-manager moet meespelen en dus spelen de trainers ook mee.
    Nou … niet alles uit de States is per se verkeerd. Ik wens ze veel succes met het kraken van het Zwitsers bankgeheim.

Maar niks van dit alles.
– Banken en verzekeraars brullen als nooit tevoren.
– De zieke zakenwereld zeikt dat de regering het weer helemaal verkeerd doet
   en nu maar eens moet gaan investeren.
– En het graaifeest gaat vrolijk verder.
Wat al wel een beetje lijkt te gebeuren is het imploderen van de topsport. Als verheugend voorbeeld noem ik het Formule 1-circus. Moge voetbal en meer volgen. Ajax-Liverpool in 1966 was minstens zo zinderend als Vitesse-De Graafschap van nu; alleen waren de spelers­kosten toen tien keer lager.

Ik heb de kredietcrisis niet aan zien komen. Niet slim want het Amerikaanse leengedrag vond ik al lang een slechte zaak. Dat moet een keer misgaan, dacht ik en daar had ik conclusies aan kunnen verbinden.
De eerste tekenen van financiële rot in Nederland waren die woekerpolissen. Ik leerde ooit dat je alleen gaat speculeren (in aandelen gaat) met geld waar je toch verder geen belang­stel­ling voor hebt; omdat je er gewoon teveel van hebt. Hìer ging het om speculeren met geleend geld, niet eens eigen geld. Hoe triest ook voor de Jannen-met-Pet onder de slacht­offers: gewoon stom om hieraan mee te doen. Aan de andere kant heb ik ook geen enkel medelijden met Dexia en dergelijke dus zal het mij een zorg zijn wie er uiteindelijk moet bloeden.
De reddingsoperatie van de banken is waarschijnlijk onvermijdelijk maar toch geeft het een vieze smaak in de mond. Nu de zaak finaal instort, moet de bankwereld worden gestut met belastinggeld. Op Internet kan ik niet zomaar een fatsoenlijk, compleet lijstje vinden van wat het inmiddels allemaal gekost heeft. De overname van Fortis à € 4 miljard, de vergoe­ding van IceSave-tegoeden bedroeg € 1,5 miljard en er is nog een grijpstuiver aan IJsland geleend. De garantiestelling voor de Nederlandse banken bedraagt € 200 miljard. Kan zijn dat ik er helemaal naast zit; de lijst is vast al veel langer. Jan-met-Pet wacht ontslag, een uitge­klede uitke­ring, werkdwang na één jaar (de acceptatieplicht) en in een slecht geval ook de deurwaarder.
De (grote) ondernemers huilen ondertussen krokodillentranen: plotseling moet overheid investeren, steunen, redden, helpen. En zoals altijd moet de regering salarissen, uitkeringen en pensioenen in toom gehouden. In de SIRE-spotjes komen een paar treffende zinnetjes voor: “Heb ik soms niet genoeg.” en “Ik wil me niet meer horen.” Het motto van de cam­pag­ne is “Je mag van een kind niet verwachten dat het zichzelf opvoedt als de ouders dat even niet kunnen. Pleeg­ouders zijn bijzonder nodig.”

Mijn aandeel in de crisis …? Tot nu gaat het me niet echt slecht. Afkloppen!
Ik ben begonnen met ‘bankieren’ in 1968 bij de Gemeentegiro Amsterdam. Met van die mooie blauwe peperbussen op straat waarin je je overschrijving depo­neerde, geheel zonder envelop. Op zondag kon je op twee plekken in Amsterdam geld opnemen. Je saldo werd dan met de hand bijgewerkt in een complete uitdraai van alle rekeninghouders. Ik betaalde per maand ƒ 50,00 huishuur aan pa op rekening Z1077.
De Gemeentegiro werd Postcheque- en Girodienst en in 1986 Postbank met gratis envelop­pen. Daar kon ik nog mee leven. Voor mij ging de grap eraf toen NMB Postbank Groep en Nationale Nederlanden fuseerden tot walg-ING. Na korte tijd kwamen er allerlei kosten: voor je rekening, je pasje, voor Girotellen. Nou was ik ook een slechte klant omdat ik weinig leende, nooit hypotheekte en zelden rood stond. Ik hoorde vervelende verhalen over investe­rin­gen in klusterbombe­drij­ven, kinderarbeidkleding en milieurampmijnen. Sinds kort is de Postbank helemaal verleden tijd, weg …
En ik ben ook weg, naar de ASN. Klein minpuntje van deze bank was hun radio­reclame met zo’n verkeerde stresskip die de microfoon onderspetterde: “…met FFíer komma FFíjf procent rente …”. Bijna liep ik over naar Triodos maar op mijn verzoek 😉 adverteert de ASN nu iets beschaafder.

PS: Twee weken later was de ASN-spuugreclame terug. Mijn dreigmails (“Ik loop over …”) hebben niet geholpen.

Plaats een reactie