?

De bril

Ik vroeg mij af of alleen jongetjes en jongemannen in staat zijn om de wereld door een gekleurd, naar zichzelf toe zonnig, brilletje te zien. De sketches 1 en 2 zijn vermakelijke voorbeelden. Het verschijnsel ‘eigen werkelijkheid’ doet zich al voor op de basisschool, heb ik gemerkt.
NOVA kwam met het antwoord op mijn vraag. Heb je eenmaal de richting gevon­den, dan liggen de voorbeelden voor het oprapen. Verhaaltjes 3 t/m 5 tonen dat ook heren op leeftijd gekleurde brillen voor blinden en slechtzienden dragen.
Blijft de vraag of een dergelijke blik een voorrecht is van het mannelijk geslacht. Waarschijnlijk niet maar ik kan het bewijs zo snel niet leveren. Misschien kijk ook ik met een gekleurde bril.
1 Jongeman I op de tv
Jongeman pleegde, was betrokken bij, een flink aantal straatroven. Jongeman speelde mee, speelde zichzelf in een film over die gebeurtenissen.
Bromet spreekt hem aan op straat.
“Doe je nog wel eens van die dingen, zoals toen?”
“Oeh man. Ik deed niks, echt waar.”
“Maar je bent toch veroordeeld?”
“Oeh man, nou ja. We deden dat alleen bij mensen die ons onderdrukten.”
“?”
Jongeman wandelt weg. Nu pas durft een nog jonger mannetje dat de hele tijd popelde om wat te zeggen, te melden dat “… hij heus nog wel wat doet.”
2 Jongeman II op de radio
Jongeman geeft zijn meissie nog wat aanwijzingen voordat ze gaat ‘werken’. Zij hoereert, hij pooiert en dealt.
Interviewer (dame): “Was ze al hoer toen je haar leerde kennen?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Dus jij hebt haar tot hoer gemaakt?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Wat dan?”
“Dat gaat vanzelf als ze met mij omgaan, weet je wel.”
“Vanzelf?”
“Ik heb alleen interesse in meisjes die werken, weet je wel. Dat merken ze.”
“Ik werk dus zou je ook interesse in mij kunnen hebben?”
“Nee, natuurlijk niet.”
“Oh?”
“Hoe zal ik het zeggen: ‘Ik hou van mensen die iets goeds doen in de wereld.'”
3 Een heer van stand I, in NOVA
Deze heer is baas van het OM. Onderwerp van gesprek is het rapport over de veroordeling van L. de B.
Interviewer leest voor uit het rapport: “De tekortkomingen bij het OM zijn van fundamentele aard.” en kijkt de heer van stand vragend aan.
Hij na een paar seconden: “Ja, wat is de vraag?”

Interviewer: “Het klinkt als broddelwerk.”
Hij: “Zo klinkt het niet en het staat zo niet in het rapport.”
4 Heer van stand II
Een echte heer, een hele erge echte, namelijk mijnheer Donner. Na de Schiphol­brand wordt hem gevraagd of de omvang van de ramp niet deels aan de over­heid valt toe te schrijven. Hij antwoordde dat het personeel adequaat had ge­han­deld.
Letterlijk: “Maar het is duidelijk wel het beeld zoals we gekregen hebben, dat er zo snel mogelijk prompt door het personeel is gedaan wat er gedaan kon worden om slachtoffers veilig te stellen.”
Het is maar hoe je het ziet. Ik denk: “Dit geeft een tamelijk vertekend beeld van wat er gebeurde èn het is niet het antwoord op de vraag.”
5 Heer van stand III, de netste man
De netste man van Nederland is natuurlijk dhr. Balkende. Voormalig hoogleraar Christelijke ethiek, man van ‘fatsoen moet je doen’, van ‘trots op Nederland’, de VOC-mentaliteit. En de man die Nederland de oorlog in Irak inrommelde. Ik herinner mij:
“Ik heb geen enkele reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de infor­matie van onze bondgenoten.”
“We hebben trouwens eigen informatie waaruit blijkt dat Irak beschikt over massa­vernietigingswapens.”
Het bleken fantastische vertellingen. In de optiek van heer B. ben je een zeur als je het daar nog eens over zou willen hebben. Bovendien ben je nog dom ook want het ging toen helemaal niet om dat soort zaken.
Ik zou wel eens door de bril van Balkende naar de wereld willen kunnen kijken.

Plaats een reactie