?

Katjes, een homoniem

Dit is het zevende in een serie verhalen over de Weerenschool en Freinet. Het overzicht staat in De Weerenschool en Freinet I.

Ik ga hier niet het hele verhaal over de ‘vrije tekst’, de ‘natuurlijke methode’ en de ‘drukpers op school’ beschrijven. Daarover valt genoeg te vinden.

Ik schreef voor deze blog:

Leerlinge X leest haar laatste verhaal voor aan de klas. Afgelopen zondag is ze met gezin naar het bos geweest. Ze had katjes gevonden en meegenomen. Die voelden lekker-lief zacht. Teruggekomen bij de auto, vroeg ze wat ermee te doen. Haar vader had gezegd: “Gooi ze maar weg.”
Dat gaf de nodige reuring in de klas. “Dat doe je toch niet! Dierenmishande­ling!” X kijkt totaal verbaasd. “Watte, hoezo?”
Vrij snel wordt het misverstand duidelijk. De katjes waren niet ‘jonge poezen’ maar de bloeiwijze van een struik. Een woord met twee betekenissen en dat zorgt voor verwarring als je de tekening bij het verhaal niet ziet of als het niet wordt verwoord. Grappig.
Dit is het startsein voor meer: arm is een ‘lichaamsdeel’ maar ook ‘niet rijk’, vorst is ‘temperatuur onder nul’ en ‘heerser, koning’ enz. Vijf minuten taalpret.

En in de inleiding op deze serie schreef ik: ‘Niks is verraderlijker dan het geheugen ;-)’.

Door het opzoeken van de, door de leerling geschreven verhalen, klad en net, en de bespre­king van de klassikale bespreking van de tekst, bleek dat mijn fantasie me ernstig parten heeft gespeeld. Het ging er totaal anders aan toe. Zie de afbeeldingen hieronder.

Weerenschool77 Weerenschool78 Weerenschool79
Weerenschool80 Weerenschool81

Klik voor een grote afbeelding.

In een later verhaal komen weer ‘katjes’ voor maar nu dus die schattige diertjes. En pas dan maken de kinderen een punt van de dubbele betekenis.

Ik stel voor om hier een brevet van te maken (le part du maître). Met excuus voor deze in­mid­dels wat oubollige term ‘brevet’ maar die komt uit de Franse Freinet­beweging. Noem het van mijn part een certificaat of diploma. Twee kinde­ren nemen de taak op zich om een fikse lijst van ‘dubbelwoorden’ op te stellen. Inbreng van alle klasgenoten is welkom.
De eerste serie wordt alfabetisch gesorteerd maar de toevoegingen komen eronder in vol­gor­de van binnenkomst. Een systeempje met losse kaartjes was slimmer geweest en vaak werd dat ook zo gedaan. Ik vraag mij af – met de kennis van nu – wat de computer hieraan zou hebben kunnen bijdragen. Maar ik realiseer me ook dat dat ding hier de dood in de pot zou kunnen betekenen. Google op het woord ‘homoniem’ (zie de volgende alinea) en je hebt er meteen duizend. Veel minder leuk dan zo’n gezamenlijke zoektocht.
De volgende dag komt een kind met de term ‘homoniem’. Paps is leraar Neder­lands en die zei dat dat zo heet. In een kleine week groeit de lijst richting de honderd: het woord met duidelijk omschreven de twee, soms zelfs drie beteke­nissen.
Gaandeweg valt het de taalgevoeligen op dat er nog allerlei smaakjes te onder­scheiden zijn: een zelfstandig naamwoord met twee betekenissen of een werk­woord (‘was’ van ‘ik ben geweest’ en ‘ik was me’). En dan heb je nog ‘de was’ en ‘bijenwas’. Jaja!
Aan sommige vondsten wordt getwijfeld. Zijn het echt wel twee verschillende betekenissen? Bijvoorbeeld ‘huis’ als ‘gebouw’ en als ‘familie’ of ‘geslacht’. Een alerterik merkt op dat zo’n rijke familie in een kasteel of zo woonde.
Weer een stapje verder: in het Engels is ‘match’ een ‘lucifer’, ‘gelijkenis’ en een ‘wed­strijd’. Het wordt helemaal een bende als je twee talen verbindt: ‘door’ is het Engelse ‘deur’ en het Nederlandse ‘…’. En ‘kind’ is ‘aardig’ of ‘soort’ maar in Neder­land is het een ‘jong mens’. Deze inter-taal-homonymie wordt niet hele­maal serieus genomen.

Ik weet niet meer precies wat de criteria waren om het brevet te halen. Wel nog dat het niet ‘voor de klas’ gedaan werd maar gewoon door middel van overhoring door een andere leerling.
Het ‘meesterstuk’ (weer zo’n term) was het toevoegen van vijf nieuwe homo­nie­men of een homoniem met meer dan twee betekenissen of een homoniem in een andere taal. Het was duidelijk dat je er snel bij moet zijn om ‘meester in de homo­nymie’ te worden dus het brevet vond gretig aftrek.

Naar het volgende stukje: De hoofd- en bijrol in een zin.

Plaats een reactie