?

Een best boek

De laatste jaren lukt het me niet meer om een boek te lezen. Nou ja, een com­pu­ter­boek van 500 pagina’s is geen probleem maar ik bedoel nu ‘een roman’ of iets dergelijks. Een arti­kel­tje van drie pagina’s in De Groene gaat nog net. Daar­om niet getreurd: wat was, nu niet is, kan weer komen.
De laatste leesscheut werd veroorzaakt door Rascha Peper (overleden in 2015) met ‘Oesters’, ‘Dooi’, ‘Rico’s vleugels’, ‘Russisch Blauw’ en ‘Verfhuid’. Zij was mijn enige schrijvers­avond ooit. Ik ben blijven steken in ‘Een Spaans hondje’. Niet dat dit verhaal beduidend minder is maar het schoot gewoon niet op. Ik kreeg het in ongeveer 2005 van dochter Hanna; ik bereikte de laatste bladzij op vakantie in Westkapelle in 2016.

Ik ben deze en gene schrijver toch zeer dankbaar. Op de middelbare school las een juffie maatschappijleer voor uit ‘De gebroeders Karamazov’ van Fjodor Dos­to­jevski, dat beroemde stuk ‘De grootinquisiteur’. Het zette me aan het denken. Ik las de Koranvertaling (plus hulp­ver­haal ‘De Boodschapper’) van Kader Abdolah twee, deels drie keer. Het was tegelijk­er­tijd ver­hel­derend maar ook een enorme teleur­stel­ling. Zie Mohammed en de Koran.
En ik smulde van meer. Zo’n analfabeet ben ik nou ook weer niet.

  • ‘Het slot’ en ‘Het proces’ (Kafka).

En een paar van Nederlandse bodem:

  • ‘Nooit meer slapen’ (Hermans). In 2016 is dit verhaal mooi verfilmd als ‘Beyond sleep’.
  • ‘Turks fruit’ (Wolkers). Ook beroemd, berucht verfilmd.
  • ‘Twee vrouwen’ (Mulisch).
    Maar voor de hele rest mag Mulisch van mij door een putje.

Als ik voor de boekenkast ga staan, wordt het lijstje makkelijk drie keer langer. Reve is het om de een of andere reden nooit geworden. In ‘betere tijden’ las ik een Sjöwall en Wahlöö uit in één avond en nacht. Waar dat op duidt …?
Martin Ros en andere recensenten zetten me regelmatig op het verkeerde been. Als je hen moet geloven, wordt er bijna wekelijks een meesterwerk afge­schei­den.

Hier mijn eigen top tien twee romans:
Op plaats één ‘1984’.
En als goede tweede ‘Niemand is onsterfelijk’.

1984

1984 is natuurlijk van George Orwell en gaat over Big Brother. Zo ver komt bijna iedereen wel. Ietsje meer: Orwell is het pseudoniem van Eric Arthur Blair (Motihari (India), 25 juni 1903 – Londen, 21 januari 1950). Het boek kwam maar net voor zijn overlijden af. De Engelse versie staat online (helemaal of groten­deels): orwelltoday.com.
Ik las dit boek zeker meer dan vijf keer; de tien zal ik net niet halen. In de marge krabbelde ik allerlei vragen en opmerkingen. Hier uit het hoofd, echt waar, het verhaal (misschien met hier en daar een foutje):

[De plaatjes komen uit de film 1984 van Michael Redford met John Hurt als Winston, Susan Hamilton als Julia en Richard Burton als O’Brian. De film (vast illegaal) online. Ik vind het een getrouwe verfilming.]

  • In een lunchpauze begint Winston Smith aan zijn dagboek en tekent daarmee zijn dood­vonnis, weet hij. Het is slechts een kwestie van tijd. Doordat er een nis in de kamer zit, blijft hij voor nu nog even buiten het zicht van het tele­scherm en de autoriteiten, denkt hij.
  • Film198401Tijdens de Twee Minuten Haat vallen hem twee mensen op:
    • Een roodharig meisje; krijsend, fana­tiek en gevaarlijk.
    • En O’Brian, een hoge ome van de Cen­trumpartij. Die is, ondanks alles, ver­trouwen­wekkend. Zijn blik lijkt te zeg­gen: ‘Ooit zullen wij elkaar ont­moe­ten.’
  • Twee andere personages:
    • Winstons vette, zwetende buur. Die houdt ècht van Grote Broer, de Partij en Oceanië maar hij wordt door zijn zoontje toch betrapt op dubbeldunk. Hij gaat er dus aan.
    • Een vriend en verre collega (Syme ?) op het Ministerie van de Waarheid. Hij werkt aan de nieuwste versie het Nieuwspraakwoordenboek. Hij gaat … eraan, wordt gevapo­ri­seerd omdat hij te ver doordenkt.
      Ter zijde: op het Ministerie moet Winston oude nieuwsberichten bijwerken zodat ze kloppen met de, ook weer gefingeerde nieuwe ‘feiten’.
  • Dat meisje …
    • Tijdens een wandeling van Winston door de plebswijken ziet hij haar en dat kan geen toeval zijn. Hij wil die spionne het liefst doden.
    • In het Ministerie komt ze hem in een gang tegemoet, arm in een mitella. Ze struikelt, valt half tegen Winston aan en drukt hem een briefje in zijn hand: ‘Ik hou van je’.
  • Julia regelt alles. Een ontmoeting in de bosjes en in een kerktoren. Ze ritselt echte koffie, suiker en chocola.
  • Ze neemt alle propaganda en kretologie met een korreltje zout. De raket­bom­men die op Londen vallen, komen volgens haar gewoon van de eigen strijd­krachten.
  • Film198428Winston weet een kamer boven win­kel van mijnheer Charrington waar ze elkaar een enkele keer ontmoeten.
    De rillingen lopen over Winstons rug als hij een rat achter het schilderij ziet verdwij­nen.
  • Winston vindt dat ze een daad moeten stel­len: contact opnemen met De Broeder­schap van …. Die naam was ik dus even kwijt maar het is Emanuel Goldstein.
  • O toeval: hij krijgt een uitnodiging van O’Brian om een proefversie van het laatste woor­denboek te lenen. Het is een dekmanteltje om over De Broeder­schap te kunnen praten.
  • O’Brian speelt hem ‘Het Boek’ toe. Je leest met Winston mee: alle theorie over de terreur van de schaarste, de oorlogshitserij, de ontmenselijking van seks, de vervreemding tussen ouders en kinderen. Je leest ‘het hoe, niet het waar­om’.
  • Tijdens de Haatweek wisselt de oorlogsvijand van Eurazië naar Oostazië. En omdat dat dan dus altijd zo geweest is, moet alles herschrijven worden. Hec­tische dagen volgen.
  • Ze gaan naar hun kamer. Door de uitputting verslapen ze het hele etmaal.
  • Het schilderij valt en een telescherm wordt zichtbaar. Troepen stormen binnen door deur en raam.
  • Film198473In het Ministerie van Liefde onder­gaat Winston zware martelingen. O’Brian geeft hem een totale herop­voe­ding. In kamer 101 krijgt hij de genadeslag: een rat.
    Het waarom …? Alles en alles staat ten dienste van het hebben en hou­den van de absolute macht.
  • Als zijn persoonlijkheid is gesloopt (ook hij houdt nu van Grote Broer), wordt Winston vrijgelaten. Nog één keer ontmoet hij Julia, in café De Perelaar (?).
  • Het addendum geeft uitleg over Nieuwspraak. Als er geen foute woorden meer bestaan, kunnen de Oceaniërs geen verkeerde gedachten meer ontwik­ke­len ;-).
    • De misschien wel mooiste term is ‘dubbeldunk’.
    • ‘Fout’ kun je vervangen door ‘ongoed’. Dubbeldunk is erg verkeerd dus ‘dubbelplus ongoed’. Te zijner tijd zullen deze woorden dus geruimd kunnen worden.
    • Andere mooie vondsten: het geheugengat, vaporiseren en het telescherm. De eerste twee zullen te zijner tijd geschrapt kunnen worden.
    • De taal staal stijf van de afkortingen: EngSoc, MiniWa, MiniVree en Mini­Lief.
    • Omkeringen zijn aan de orde van de dag: ‘Oorlog is vrede, vrijheid is sla­vernij, onwetendheid is macht’ en ‘Wie het verleden beheerst, beheerst de toekomst’. ‘Victoriesigaretten en -jenever’ zijn niet te pruimen of te drinken.

Best aardig, de opsomming hierboven, als die al klopt. Maar wat is er nou zo knap aan dit boek?
Ik vind het tegelijk een tranentrekker, een ontroerend liefdesverhaal, een super­spannende detective, een politiek pamflet en een sf-verhaal.
Bij latere lezingen ben ik erop gaan letten of ik fouten kon vinden; fouten in de structuur, de taal, de gedachtegang. Ik vond er nul.
In het echte jaar 1984 zag de wereld er, God zij dank, niet zo uit als door Orwell beschreven. Dat is ook nooit Orwells idee geweest. Ik vroeg me bij iedere lezing toch altijd af wat, en in welke vermomming, wel realiteit is ge­word­en. Dat weet ik nog steeds niet maar volgens mij is het verhaal onverminderd relevant.

  • Camera’s in de straten, winkels en openbare ruimten.
  • Erger nog: drones met camera’s.
  • Een NSA die afluistert en meeleest; de AIVD en de MIVD doen gezellig mee.
  • De politieke leuzen en bedriegerij: de mondige burger, de hardwerkende burger, massa­ver­nietigingwapens in Irak.
  • De kromme, hijgerige en hyperige journalistiek die stupiede schreeuwers een gewillig podium biedt.
  • Alle (bijna) reclame op radio en televisie. Vaak is dat pure verlakkerij van / door de grote geldmachines zoals ABN en ING.
  • Wat enkele jaren geleden begon als leuk en sociaal (Hyves en MSN-en, weet u nog?) is met Twitter en Facebook ontaardt in een open riool van gescheld, getreiter, discriminatie, xenofobie en regelrecht fascisme. De mogelijkheid bestaat zelfs dat nepnieuws op deze asociale media het resultaat van de presidentsverkiezingen in VS heeft gekanteld.
  • Kunstvoer met rare smaakjes en mogelijk ware/onware verhalen over €-nummer toevoegingen en vaccinaties.

En Wilders nam in 2015 een naschotje op de ‘Twee minuten haat’ met zijn “Minder, minder … Dan gaan we dat regelen”. Daar wordt hij eind 2016 in eerste instantie voor veroordeeld maar hij oordeelt in zijn superiore gelijk: nep-rechters, nep-aanklagers, nep-parlement en met hem worden ‘miljoenen Nederlanders monddood gemaakt’. Nog een grappig – of griezelig – voorbeeld van het beliegen van het goedgelovige volk en het zwart maken van de media: Trump vindt het een grote schande dat getoond wordt dat zijn inauguratie een beetje slecht bezocht werd.

Tot slot van 1984: Brave New World (Dappere nieuwe wereld) van Aldous Huxley mag er ook wezen, is ook knap bedacht en geschreven. Maar dat boek maakt toch minder indruk, is minder schrijnend.

PS: In 2017 kreeg ik van zoon Michal een Penguin-uitgave uit 1989. Grappig om in een voorwoord te lezen dat er gesteggeld is over spelling, interpunctie en meer in de eerste drukken, tot censuur toe. Uit oude manuscripten blijkt ook dat Orwell sommige scenes veranderd heeft.
Ene Ben Pimlott wijst erop dat Londen ten tijde van de eerste uitgave precies zo in puin lag als Orwell de stad beschrijft. De USSR flipflopte in die jaren van Duitsland naar de Geallieerden en weer terug zoals Oceanië schakelde van Eurazië naar Oostazië. Naast bewondering voor de geniale vondsten van Orwell (Newspeak, de staatsovername van seks en erotiek, totale machtswellust puur om de macht) heeft hij ook de nodige kritiek. Personages als Parsons, Syme en mr. Charrington blijven plat en dienen alleen om de moordmethoden van Big Brother te illustreren. O’Brien wordt wel heel zwart neergezet. En hoe kan het zijn dat die lieve en levendige Julia als enige door het net van de Dunkpolitie zwom?
Allemaal echt interessant, alles goed en wel: 1984 blijft mijn beste boek.

Niemand is onsterfelijk

Simone-Lucie-Ernestine-Marie Bertrand (Simone) de Beauvoir (Parijs, 9 januari 1908 – aldaar, 14 april 1986) schreef in 1947 ‘Tous les hommes sont mortels’. Wij, Nederlanders, kennen het grappig genoeg als ‘Niemand is onsterfelijk’.

Voor het gemak ‘leen’ ik hier een samenvatting van Niemand is onsterfelijk. Mis­schien doe ik later zelf nog een verslagje.

In dit boek, naar de vorm een historische roman, spelen twee ongewone figuren de hoofdrol. Het is het verhaal van Fosca, vorst van de stadstaat Carmona in het veertiende-eeuwse Italië, die verteerd wordt door het verlangen de wereld naar zijn hand te zetten en een onsterfelijkheidselixer drinkt dat hij bij toeval in handen krijgt.

Het is tevens het verhaal van de actrice Régine, die Fosca in de twintigste eeuw ontmoet nadat hij als vertrouweling van Karel V, ontdekkingsreiziger met Jac­ques Cartier en revolu­tionair tijdens de Franse Revolutie door de wereld en de geschiedenis is gereisd. Régine vindt het een onverdraaglijk idee dat haar roem even kortstondig is als haar leven en waant zich gered voor de eeuwigheid wan­neer ze Fosca tot haar minnaar weet te maken.

Tot haar ontzetting ontdekt ze geleidelijk dat de conclusie waartoe hij reeds veel eerder is gekomen maar al te veel waarheid bevat: Fosca’s onsterfelijkheid is niets meer of minder dan een vloek. Omdat hem de mensheid om hem heen even vreemd is als een uit de hemel gevallen meteoriet, is hij gedoemd nooit de waarheid van deze eindige wereld te begrijpen: de absoluutheid van elk vergan­ke­lijk bewustzijn.

Deze droom over een onbereikbare onsterfelijkheid stelt bovendien Hegels erfe­nis aan het marxisme ter discussie: de mythe van een mensheid die uiteindelijk tot eenheid en zelf­ver­werkelijking komt.

Films

Behalve goede boeken zijn er prima films:

  • Ik noemde al de film ‘1984’. Verfilmde boeken vallen soms tegen. Deze keer dus niet.
  • In ‘Das Leben der Anderen’ van Florian Henckel von Donnersmarck zie je een wereld die verdacht veel wegheeft van 1984. Alleen gaat het hier om de ‘rea­li­teit’ uit de DDR.
  • Over ‘Strawdogs‘ van Sam Peckinpah met Dustin Hoffman en Susan George als David en Amy Sumner ben ik al eens in de pen geklommen. De film is gebaseerd op ‘The Seige of Trencher’s Farm’ van Gordon Williams. Let op: de remake van Rod Lurie is geheel waardeloos.
  • Van Ingmar Bergman: ‘Skammen’ (Schaamte), ‘The touch’, ‘Scenes uit een huwelijk’, ‘En passion’, ‘Het slangenei’ en ‘Cries and whispers’ (Viskingar och Rop). De meeste met Liv Ulmann en Erland Josephson.
  • Een paar Franstalige oudjes: ‘Le milieu du monde’, ‘La dernière femme’, ‘La salaman­dre’, ‘Le retour d’Afrique’ en het totaal anarchistische ‘Themroc’ (Themroc is de naam van de hoofdpersoon).
  • Spanning en sensatie: ‘Chinatown’, ‘Marathon man’, ‘Three days of the condor’, ‘The Chase’, ‘The day of the jackal’, ‘The Boys from Brazil’ en ‘The French Connection’.
  • Niet platte humor in ‘One flew over the cuckoo’s nest’, ‘The graduate’ en ‘Tootsie’.
  • Ontroerende en aangrijpende films over onderwijs: ‘Jagten’, ‘Entre les Murs’, ‘Etre et Avoir’ en ‘Monsieur Lazard’.

Te zijner tijd ook allemaal goed voor een verhaaltje.

Muziek

Schrijven over een boek: het viel mee. Schrijven over films: ik deed het eerder. Maar muziek …
Toch ook eens iets om te proberen. Misschien te beginnen met Ramses Shaffy en Liesbeth List en dan door naar een beetje Wende Snijders. Er staan een paar koppelingen op de Links-pagina.

3 Responses to “Een best boek”

  1. René Says:

    Ik heb helaas ook al problemen met het uitlezen van romans. Ik ben al sinds de zomer van 2012 bezig in Misdaad en straf, en ik ben nu op iets meer dan honderd bladzijden voor het einde. Thans ben ik vooral aan het lezen in Teach Us How to Sit Still, van Tim Parks. Misschien kan mij (en jou) dat helpen om de volgende keer wel in één keer door te lezen.

  2. Rob van Albada Says:

    Probeer eens: A Sea of Poppies van Amitav Ghosh. Ghosh is een Indiase schrijver (uit Kolkata, d.i. Calcutta). Deze roman is deel I van een trilogie over de Opiumoorlog. Zit ongelooflijk goed in elkaar. Een vrij groot aantal mensen – een radja, de dochter van een Franse botanicus, een Chinese vechtersbaas enz. – komt door allerlei toevallige omstandigheden bij elkaar op een schip dat (afwijkend van het oorspronkelijke plan) opium naar Hong Kong brengt. Deel II is ook al uit, ik wacht met smart op deel II dat begin 21015 moet verschijnen. Ook ander boeken van Ghosh zijn zéér de moeite waard!
    Hartelijke groet,
    Rob van Albada

  3. FransHarderwijk Says:

    Dag Rob,
    Dank voor deze spontane tip.

Plaats een reactie