?

Dans I

Dit is de moeilijkste blog tot nu. Moeilijk omdat ik een positief verhaal af wil steken. In de loop der tijd ben ik heel bedreven geraakt in schamperen en schel­den; dit moet anders. En ook moeilijk omdat het gaat over ‘kunst’. Over kunst moet je niet kletsen; dat kun je alleen maar meemaken. Ik doe toch een, bij voor­baat mislukte poging.

Van september t/m november 2007 ben ik negen keer naar een balletvoorstelling gaan kijken. Vijf keer Amsterdam, enkeltjes Arnhem, Utrecht, Den Haag en Am­stel­veen. Ik moest en zou al die Van Manenstukken nog eens zien.
Hoe komt een mens zo gek? Valt dat uit te leggen? Moet het überhaupt uitgelegd worden?
De antwoorden: tsja, nee en nee.

Ballet was ‘bah’. Ik zag één keer in Carré een schoolvoorstelling door Scapino. Goed bedoeld maar het deed me niks en er was veel onrust in de zaal. De tv bracht weinig of misschien meden mijn ouders dergelijke uitzendingen. Verder was er iets met dansers, met de mannen; wat, wist ik niet.
Ik kan me niet pre­cies herinneren wat er het eerst gebeur­de. Ergens 1973. Frank die me over­haalde om naar een voorstelling van het Nederlands Dans­Theater te gaan. Dat was in ene keer een doorslaand succes. Of Frank die me meenam naar de studentensoos LanX in de Korte Leidse­dwars­straat. Daar sprong ik me helemaal leeg op nummers van het toen nog onbekende Focus.
(Terwijl ik dit schrijf, plopt ineens de herinnering naar boven aan een schoolfeest van de Frankendael MULO. Daar ontdekte ik tot mijn verbazing dat ik ‘een dansje’ wel leuk vond. Dat het met meisjes gepaard ging, was een tikkie lastig en ook erg opwindend.)

Memorabel incidentje: in het Okshoofd praktiseerde men wat verboden was en is: gokken, dealen, spuiten en snuiven. Daarom ging het er intern gemoedelijk toe want liever geen politie over de vloer. Het was een gegeven dat de tent op weekdagen om drie uur sloot en dan stond de Herengracht van achter tot voor vol met taxi’s. Op eigen kracht naar huis fietsen of lopen was uitgesloten. Voor de zoveelste keer tuimel ik, kleddernat bezweet en nu al kwart voor vier, de klaarstaande taxi in. Alleen zegt de chauffeur nu: “Goedemorgen mees. Wilt u nog naar huis of moet ik u meteen maar naar school rijden? ” Hij heeft het me, ondanks mijn matige onderwijzerschap en leefstijl, nooit nagedra­gen ;-).

In ieder geval: na LanX en het NDT was het hek van de dam. ‘s Zomers zat ik avonden achter­een in de schouwburg om te genieten van het Ballet- en Holland Festival. In Amster­dam was er het hele jaar door een rijk aanbod van allerlei dans­voorstellingen. En naast LanX waren er het Okshoofd en het COC en af en toe de Melkweg en Paradiso. Ondanks mijn ‘beperkingen’ deed ik een poging tot jazz­ballet bij Maureen. Bijverschijnsel voor de rest van mijn leven … Corrie! Maureen zette me liefst op een hoek van de groep vanwege mogelijke botsingen.
In Epe konden de ‘Goud van oud’-avonden in de Stern ermee door. Op stap met zes dames vond ik sowieso niet verkeerd. Maar dat ‘goud’ viel trouwens vaak tegen. En met Carolien tufte ik een paar keer naar De Wijk waar een mij onbe­kende dame prachtfeesten organiseerde in een café. Mijn eigen poging tot een vergelijkbaar feest in de kantine van de Jagerstee werd een debacle. Mijn laatste dansactie was een bezoekje aan een salsa-middag/avond in Estrado in Harder­wijk. Triest maar waar: na een kwart nummer moest ik al afhaken. Mijn conditie is knudde.
Ik houd nog steeds niet van het romantische gebeuren: het Zwanenmeer, de Notenkraker en zo. Die dingen zijn misschien ook bijzonder maar absoluut niet mijn smaak. Het corps de ballet (veertig lieve jongedames in tutu) kan het soms niet helemaal waarmaken. En dat die ene prima ballerina twintig, dertig of veer­tig pirouettes draait … Wel heel knap maar niet betoverend, ontroerend of mooi.

Ik ga volledig door de knieën voor de combinatie van mooie muziek, fantasti­sche bewegin­gen en een indrukwekkend toneelbeeld. En nu komt het moeilij­ke: wat is daar nou zo mooi aan.

De gebruikte muziek bestaat meestal al en is mooi in zichzelf. Je krijgt het er gewoon bij, soms op band, soms met een compleet orkest in de bak, of een solist of ensemble op de toneelvloer. Bach, Beethoven, Chopin, Pärt, Ravel, Satie maar ook Prince en Philip Glass. Wat voor stijl ook; de muziek is met zorg geko­zen door de choreograaf. En dan een ballet zònder muziek …, geheel in stilte. Je hoort alleen de voeten en het ademen van de dansers; adembenemend. In de schouw­burg hoorde ik de sirene van een passerende ziekenauto. (De naam van dat stuk ben ik kwijt, wie helpt?)
Dat dat kàn, dat ‘ze’ dat kunnen: tien minuten lang bewegingen, bij iedere uit­voering exact op dezelfde manier zonder de houvast van geluid.
Een mens is, in grote lijnen, voorzien van lijf, hoofd, twee armen en benen. Je zou denken dat alles aan mogelijke bewegingen al eens is gedaan. Ik heb heel wat gezien maar toch sta ik steeds weer versteld van nieuwe vindingen. Ook indi­vi­dueel, per danser, zie ik verschillen. Ik bedoel niet fouten maar gewoon een beweging die er anders uitziet door verschil in lichaams­bouw.
Eén danser is mooi, een pas de deux … mooier maar het mooist is een groep dansers. Tenminste, dat vind ik. Het NDT heeft patent op gelijkheid. Echt precies op hetzelfde moment een draai, of juist met een miniem verschil in tijd om later weer gelijk uit te komen. De stand van hoofd of hand, een gebogen arm. Het zijn kleine dingen die een prachtig geheel scheppen.
Van Manen is meester in de bewegingspatronen die een groep kan neerzetten. Hij verdiende daarmee de bijnaam ‘Mondriaan van de dans’. Waar de schilderijen van Mondriaan over gaan, kan ik niet zeggen. Misschien gaan ze nergens over en zijn ze gewoon mooi van zichzelf.
De muziek en de bewegingen kan ik hier niet laten zien. Op de Links-pagina staan elf verwijzingen naar filmpjes. Ik maak me wat betreft het toneelbeeld vanaf met een paar plaatjes van zes balletten. De schuld van dat toneelbeeld bij het NDT ligt vaak bij dhr. Joop Stokvis. Met dank!

Squares (van Hans van Manen, 1969) heb ik toen (1970-1980) slechts één keer gezien maar ik ben het nooit helemaal vergeten. In het Hans van Manenfestival was het er weer! Het was zo mooi dat ik speciaal bijboekte voor Amstelveen. Daar kon het om technische redenen niet worden uitgevoerd. Erg jammer want …
Weer de muziek, weer de bewegingen van dansers en groep. Op het toneel ligt, simpel, een groot zwart vierkant podium, twintig centimeter hoog. Er wordt om- en overheen gedanst. Plotseling wordt het overeind gehesen en verdwijnt in de nok. Een nog groter vierkant met tl-buizen zakt naar beneden, tot vlak boven de vloer. Nadat het harde tl-licht is gedoofd, zie je alleen nog de witte kleding van de dansers tegen een donkere achtergrond. Zie voor elf en een halve minuut pure schoonheid: een stukje Squares door Introdans voor de jeugd.

In Strangers (Jennifer Muller, 1975) staat er een complete woonkeuken met slaapkamer op het toneel. Op de achtergrond een stellage met daarop een rock­band. De echtelijke ruzie wordt verbeeld door dertig dansers in grijze pakken, grijze hoge hoeden op en laarzen met stevige blokhakken. In een rij over de hele breedte van het toneel komen ze dreigend sierlijk naar voren gedanst. Onder­tussen begint het te sneeuwen. Ik kreeg het er koud van.

Live (Hans van Manen, 1979) kan alleen opgevoerd in Carré omdat de camera­man en danseres de zaal verlaten en verder dansen in de foyer. Zij loopt uitein­delijk weg over de Amstel. In de zaal is alles te volgen op een videoscherm. Nog in de zaal draaien danseres en cameraman om elkaar heen. Links is links op het scherm en dan ineens rechts maar toch anders dan als je in de spiegel kijkt. Ver­bijsterend.
[Kleine correctie: Live werd later ook uitgevoerd in en vanuit de Stopera.]

dansbellafigura42 dansbellafigura23 dansbellafigura29

Bella Figura (Jiří Kylián, 1995) is rood en bloot (het bovenlijf, je moet maar durven). De beelden die Kylián schept zijn vooral warm en romantisch. Zijn eerste stuk bij het NDT was het prachtige Sinfonietta.
[Weer mis: het eerste was Viewers (1973, niet gezien), daarna Stoolgame (’74) en toen La Cathédrale Engloutie (1975), … Sinfonietta kwam pas op de elfde plaats.]
Sommige dansen zijn niet alleen mooi, ze blinken ook uit in humor en lichtheid

Tot mijn grote spijt werd Septet Extra (Hans van Manen, 1973) niet gebracht in het HvMFestival. Het heeft al dat schoons van hierboven en het is ook nog eens heel erg grappig. Toppunt is de jacht op een virtuele vlieg. Er kan en mag dus ook gelachen worden bij dans.

Bits and Pieces (Hans van Manen, 1984) was er wel, in het kinderprogramma van Introdans. Om erbij te zijn, ben ik heel graag even kind. Op een subtiele manier wordt de draak gestoken met ‘pirouetje draaien’. De balletmeester komt het toneel op en bestuurt zijn dansers met een afstandsbediening. De dansers nemen wraak. Einde ballet klikt de balletmeester het publiek in de applausstand.

Ga zelf kijken als je de kans hebt! Kunst moet je meemaken.

Plaats een reactie