?

Crott en kwajongensgedrag

Er zijn twee redenen voor het schrijven van deze blog. Allereerst ben ik altijd benieuwd naar informatie over het (moeilijke) gedrag van jongens. Mooi dus dat daar een proefschrift over verschijnt. Maar gaandeweg groeide mijn verbazing over wat er in de media gebeurde. Vrijdag j.l. hoorde ik mevrouw Angela Crott voor het eerst. Op zaterdag twee keer, geloof ik. En nog eens uitgebreid op zondagmorgen. Ze heeft blijkbaar ook in NRC-Next gestaan en misschien in meer kranten. Tv heb ik niet gekeken maar het zou me niks verbazen als ze daar ook te zien is ge­weest. En dan krijgen we volgende week vast Vrij Neder­land, HP-De Tijd en meer. Straks zijn de Margriet, Libelle en Vogue (bestaat die nog?) aan de beurt.

Mevrouw Crott is historica, geen pedagoog of onderwijskundige (voor wat dat meer of minder waard zou zijn). Ze heeft, naar het schijnt, ruim 100 boeken over opvoe­ding van tussen 1882 tot 2005 doorzocht op mededelingen en menin­gen over jongensgedrag. Ze gaat binnenkort promoveren op de stelling, vrij weergegeven: “kwajongensgedrag is van alle tijden, maar wat we toen afdeden als ‘baldadigheid’ bestempelen we nu als ‘asociaal’ of zelfs ‘crimineel'”. De man­netjes zijn dus niet veranderd in gedrag maar we beoordelen het anders. Die promotie gaat vast lukken. Alle kans dat het er netjes staat, in ‘Van hoop des vaderlands tot ADHD-er’.
Op de keper beschouwd toch een beetje saai, zo’n literatuurstudie naar wat Pas­toor X in 1903 zei over manlijke communiegangertjes (tot 1910 op twaalf­jarige leeftijd) en wat jongeren­werker Y in 2003 vond van hangjongeren. Of misschien wel verma­ke­lijk of interes­sant. Een goed historicus kan er boeiend over schrijven. Ze zal vast dingen tegenge­komen zijn als ‘ ‘s nachts handen boven de dekens want anders krijg zo’n knul maar weke hersenen’ of ‘hoe een sappig blaadje te verleiden tot intimiteiten’.
Maar wie schets mijn verbazing … In de interviews komt de promovenda met allerlei conclu­sies en adviezen met betrekking tot opvoeding en onderwijs. Hé, ze heeft toch alleen (oude) boeken gelezen? Hoe kan ze dan op wetenschappelijke gronden zeggen dat ADHD grotendeels flauwekul is. Hoe komt ze erbij om te stellen dat sekse gescheiden onderwijs goed is, voor jongens en voor meisjes?
Nog zotter wordt het als blijkt dat geen enkele journalist de moeite neemt om dergelijke dingen na te vragen. Alles wordt voor zoete koek geslikt, men babbelt vrolijk mee. Het ontbreekt er nog maar aan dat ze vragen of Crott nog misschien goede adviezen heeft voor onze jongens in Afghanistan.

In bijvoorbeeld VPRO’s ‘Onvoltooid verleden tijd‘ (vanaf minuut 38) giechelt en kwettert mevrouw Crott alle kanten op. (Giechelen is trouwens hèt ‘verzets­mid­del’ van schoolgaande meisjes.) Om moe van te worden. Vanwege de rommel en het gehakkel, ga ik nog sterker twijfelen aan het nut van haar onderzoek en de validi­teit van haar conclusies.
Ze doet uitspraken over ‘de twee zielseigenschappen van de manlijke ado­les­cent’, zijnde hoogmoed (heet een minuutje later eigenlijk ‘grootspraak’) en bal­dadig­heid. Haar ‘veld­werk’ heeft bestaan uit het opvoeden van twee zoons maar ze brengt het als algemeen geldende waarheid. Ze komt eerst met drie bepa­len­de maatschappe­lij­ke ontwikkelingen (individuali­sering, langere schooltijd en eman­ci­patie) en al snel zijn het er vijf (die drie en dan nog secularisering en democrati­se­ring). Die ADHD = onzin komt natuurlijk voorbij. Jongens delen hun onderwij­zeressen in in ‘mascot­tes, stoeipoezen en manwijven’. En hormonen plus mooie meiden verhinderen het jongens om naar het schoolbord te kijken.
Volgens Crott heette wat we nu asociaal, zelfs crimineel gedrag noemen, vroeger ‘kwajon­gens­streken’, zoals daar zijn ruiten ingooien en bouwplaatsen vernielen. De ene keer lijkt het alsof ze vind dat we daar, over dergelijk gedrag, niet zo moeilijk moeten doen. Het volgende moment krijg ik de indruk dat ze zelf vindt (of las) dat dat nooit te tolereren is of was.
De interviewers zijn inmiddels ook helemaal de weg kwijt dus stellen ze foute, suggestieve vragen en grappen erop los, Henk Hofland incluis.
Ze gaat nog een stapje verder: ze heeft de oplossing, namelijk sekse gescheiden onderwijs.
Je moet maar durven, als wetenschapper.

Toch sta ik, zonder enige wetenschappelijke onderbouwing, wel achter een deel van Crotts literaire bevindingen en eigen fantasietjes.

  • Dat jongens het slechter doen in het onderwijs dan meisjes, denk zelf ik ook gemerkt te hebben.
  • Dat dat eigenlijk altijd zo al geweest zal zijn maar dat het alleen niet zo opviel omdat meisjes vroeger niet doorleerden. Ja, zo 1970 leek het daar wel op.
  • Dat dat allemaal niet vreemd is omdat school een beroep doet op misschien eerder vrouwelijke kwaliteiten.
  • Dat je daar wat aan zou kunnen doen: korter naar school, meer mannen voor de klas.
    Geef die stoeikaters op 14-jarige leeftijd bijvoorbeeld een knipkaart voor aan­vul­lend onderwijs, voor als ze er ooit nog zin in krijgen.
  • ‘Jongens en meisjes apart’ gaat me wel erg ver. Zelfs voorbijgaand aan mijn afkeer van Katholiek, zouden de nadelen van gescheiden onderwijs maat­schap­pe­lijk gezien wel eens veel groter kunnen zijn dan de schoolse voor­de­len.
  • Dat ouders, misschien vooral pa, duidelijk moeten zijn in de opvoeding en met de school moeten samenwerken.
  • Dat er buiten weinig ruimte meer is voor jongens om ongestoord te kunnen klooien.

Ze gaat vast promoveren (gefeliciteerd) maar die Crott lijkt wel een kwajongen. Ik ben bang dat ik het gekeuvel nog enkele malen aan zal moeten horen.

Plaats een reactie