?

Computerboeken en computercursusboeken

Dit is een te lange blog geworden (vier A4-tjes) over een onderwerp dat me:
a) zwaar op de maag en
b) na aan het hart ligt.
In een blog geeft men een persoonlijke mening; het is de privé-column op inter­net. Rijp en groen, wijs of dwaas; (bijna) alles kan en mag. Het zou kunnen zijn dat ik er te snel een mening uitflap, dat ik uitpak over dingen waar ik weinig verstand van heb. Ik denk toch dat ik voldoende kennis heb om iets te beweren over …

1 Computerboeken

Zelf studeren uit computerboeken heeft voor- en nadelen.
Ik vind het prettig om in mijn eigen tempo te kunnen werken, net zo sloom of intensief als ik dat wil. Van hele dagen achtereen tot af en toe een bladzijtje voor het slapen gaan. Zo nodig lees ik een stuk vijf keer opnieuw.
Nadelen zijn er ook. Bij die vijfde lezing is er geen verlossende aanwijzing als ik gewoon niet begrijp wat er staat; wat er uitgelegd wordt. En het zijn vaak dikke 1000-pagina boeken.  

1.1 Mooie computerboeken
Er zijn echt mooie computerboeken. Knap geschreven, met goede voorbeelden, (bijna) geen technische fouten. Ik smul ervan, ze gaan mee op vakantie, ik lees ze drie keer van kaft tot kaft (eerst de bijlagen) en ik doe alle voorbeelden na. Op deze manier ben ik redelijk thuis geraakt in Access, Visio en andere program­ma’s.
Ter plekke maak ik reclame voor de ‘serie’ Running Excel / Word / Access / … en de opvolger Excel / Word / Access / … Inside Out van Microsoft Press. Academic Service kan er ook wat van.

1.2 Rare computerboeken
Er zijn ook rare uitgaven. Van sommige deugt echt niks. Nou ja, ze zijn toch wel goed genaaid en gebonden. En het papier fikt uitstekend.
Ik zal geen exacte titels noemen want dat is niet aardig ten opzichte van de schrijver. Eigen­lijk zou de uitgever die auteurs tegen zichzelf in bescherming moeten nemen.
De Microsoft Press-serie ‘Step by Step’ bijvoorbeeld, klopt mijns inziens niet helemaal: een wonderlijke keuze van en aandacht voor onderwerpen. Het Excelboek gaat voor 75% over lijsten. Formules en functies worden in enkele bladzijden afgedaan. Maar ze zijn wel … foutloos.
Sybex maakt het bont in dezen. Ik durf zelfs te stellen: soms zijn ze licht crimi­neel bezig want ze vragen goed geld voor pure pulp. Ze doen gelukkig ook in goede boeken.
Een paar voorbeelden uit diverse stallen:
• ‘Als wij praten over opmaak, dan bedoelen wij ook alle opmaak die aan een
   stuk tekst kan hangen. En onder alle dan ook te verstaan wat u zich maar kunt
   bedenken.’
• ‘Zo is het domein van alle gehele getallen het gebied dat start op 0 en oneindig
   groot kan worden.’
• Een boek ‘met zonder’ eerste hoofdstuk. Echt waar: het boek begint met
   hoofdstuk 2.
• Pagina na pagina (ruim twintig) gevuld met loepzuiver kopieer- en plakwerk uit
   de Help van een programma. En als het gekopieerde stuk nou nog ergens op
   sloeg …
Boven mijn blog-pagina staat een lichtkrantje. Hierin komen met een zekere regelmaat grappige schrijfsels uit computerboeken voorbij. Een overzicht vindt u in de blog Computer­cursus­boeken.
Is het grappig of eigenlijk slecht dat dergelijke onzin wordt gepubliceerd? Behal­ve dat ik vele uren plezier beleef aan teksten die geschreven zouden kunnen zijn door een kruising van Van Kooten, Schippers, De Jonge en Finkers: het is kwalijk! De Nederlandse taal wordt geweld aangedaan, het is een belediging van de lezer en het doet schade aan de besproken program­ma’s.
Een extreem voorbeeld: een collega-trainer wilde VBA leren. Hij viel in handen van zo’n verkeerd boek en knapte af. Zijn conclusie: “Het zal wel aan mij liggen. Ik ben er vast te dom voor.” Trainers vinden namelijk dat je nooit moet zeggen dat een probleem aan het boek, het programma of de computer ligt. Meestal is het je eigen schuld en/of een gebrek aan kennis.  

2 Computercursusboeken

Ik heb, als trainer, veel te maken met computer-cursus-boeken. Daaraan moet je andere (of extra) eisen stellen dan aan een ‘gewoon’ computerboek. Het gaat om de ‘gestolde didac­tiek’. Bij afwezigheid van de docent zou het boek voldoende moeten zijn voor een cursist om zich de leerstof eigen te maken. De áánwezig­heid van een docent maakt een training meestal wel een stuk gezelliger.
Bij zo’n boek hoort aanvullend materiaal: opdrachten, voorbeeldbestanden en oefeningen. Verder een ‘lesplan’ voor de docent zodat hij weet wat wanneer wel of niet te doen. En mogelijk wat tips om gevaarlijke klippen te omzeilen. Tot slot, bij een ‘in huis’ training: wachtwoorden, instructies voor netwerkgebruik, de printer en beamer; hoe koffie, thee en lunch geregeld zijn enz. 

2.1 Beperkingen
Hoe mooi je als schrijver dat nieuwe cursusboek ook zou willen maken; er zijn een paar praktische beperkingen.
2.1.1 Betaalbaarheid
Het eerste, tweede èn laatste punt is dat het betaalbaar moet blijven. Ik denk dat de tijd en inspanning die het kost om een echt goed cursusboek te maken, flink wordt onderschat.
P&O-bazen willen vooral goedkope trainingen voor hun personeel. (Dat wordt bij de a.s. reorganisatie toch bij het ‘oud vuil’ gezet. Er komt een blog over Arbeids­vreugd.) Het is ze in de laatste vijf jaar gelukt om de opleidingsmarkt zo onder druk te zetten dat overal op beknibbeld moet worden. Ook op de kwaliteit van het materiaal en zo wordt goedkoop weer eens duurkoop. Misschien houden die P&O-ers van pulpboeken of zijn ze niet in staat om ze te lezen.
2.1.2 Paarlen voor de zwijnen
Soms vraag ik mij af of het wel zin heeft om je uit te sloven op het materiaal. De cursisten lezen het toch niet. En als ze het al lezen, zien ze de rare, warrige uitleg niet eens.
Hier is sprake van een wisselwerking. Omdat ik weet wàt er staat en hóe het er staat, probeer ik cursisten soms uit het boek weg te houden. Ik houd dan mijn hart vast als iemand enthousiast zegt dat hij het boek ‘s avonds nog eens goed zal gaan lezen. Meestal komt dat er niet van, gelukkig.
2.1.3 Tijdsdruk
Waar ik zelf altijd de mist mee inging: op tijd het manuscript inleveren. Bij het aanpakken van een schrijfklus leken er zeeën van tijd. Het thuisfront reageerde vaak lichtelijk bezorgd: “Oh, ja. Ga je weer schrijven? En wanneer moet het af? Gaat het reisje naar … dan wel door?”
Ik heb werkelijk zitten hyperventileren, taxi wachtend voor de deur, laatste woorden getypt en dan blijkt dat het gezipte bestand niet op de diskettes wil. Een boek dat zo ter wereld komt, zit per definitie nog vol kinderziekten.

2.2 Criteria
Toch zijn er nastrevenswaardige zaken: de criteria voor goed materiaal.
2.2.1 De inhoud
Je zou ermee kunnen beginnen om foutloze informatie te verschaffen. Ik bedoel hier niet de tikfoutjes maar beweringen die echt niet kloppen. Bijvoorbeeld dat je bij invoer van een bedrag in een Excel-cel geen euro- of decimaalteken zou mogen typen. Ik doe dat namelijk dagelijks in mijn Excelboekhouding. Denk aan een mededeling dat “een primaire index ‘dubbele records’ voorkomt”. In letterlijke zin is dat waar maar niets weerhoudt me ervan om één en dezelfde Jantje te registreren in tien (verschillende) records.
Het mag dan futiel lijken maar sommige cursisten raken echt van slag bij het lezen van ‘Dubbel doorgestreept’ in plaats van ‘Dubbel doorhalen’. ‘Italic’ is natuurlijk ‘Cursief’ maar niet voor iedereen. Die strook met ‘Bestand’, ‘Bewerken’, … heet al enkele jaren ‘menubalk’ en niet ‘optiebalk’.
Geen foute maar wel volledige informatie. Als er elf aggregatiefuncties (ook wel statistische of setfuncties genoemd) bestaan dan meld je die allemaal na de zin ‘De volgende functies zijn beschikbaar:’ in plaats van slechts zes van de elf. Zelfs als je ze niet allemaal gaat behandelen.
Volledig maar toch passend bij de doelgroep en passend bij de beschikbare tijd. Ik heb er zelf nogal een handje van om veel te veel kwijt te willen. Maar als dingen niet aan de orde gaan komen, kun je dat wel eerlijk vermelden. Soms werkt het ook heel verhelderend om kort te beschrijven wat er in een pro­gram­ma nìet kan. Die dingen worden in de officiële handleiding steevast weggelaten.
2.2.2 Het taalgebruik
Dus: geen typfouten. Dat lijkt makkelijker dan het is tenzij je MS Press heet (of Conny K.). Het lukt mij in ieder geval niet: zelf na tien keer kritisch lezen, vind ik achteraf toch nog legio foutjes.
Alhoewel een cursusboek in zekere zin lijkt op een kookboek, moet het toch mogelijk zijn om er een smakelijk, lekker leesbaar verhaal van te maken. Ik houd van een kwinkslag op zijn tijd maar daarover verschillen de meningen. Ik word toch echt beroerd van een boek waarin de zinsconstructie ‘Wilt u …, klik dan …’ meer dan twintig keer op één pagina herhaald wordt.
Aan de andere kant is eenvormigheid ook wat waard. Eenvormigheid binnen het boek en zelfs tussen verschillende boeken. De uitwerking van een onderwerp (bijvoorbeeld: de opmaak van tekst) moet overal identiek zijn, in Excel, Power­Point en Word. Bij het maken van mijn PowerPoint-presentaties heb ik gemerkt dat dat echt lastig is. Door ernaar te streven, vielen me allerlei subtiele ver­schil­len tussen de programma’s ineens op.
Ik houd van klare taal. Bij sommige uitleg krab ik me heftig achter het oor: wat stáát hier, wat wordt er bedoeld? De informatie in zo’n paragraaf is dan niet per se onwaar maar de zinnen hobbelen en rammelen. Soms zal de schrijver dat zelf ook gemerkt hebben. Dus volgt er nog een stuk waarin hetzelfde probleem opnieuw door de mangel gaat. Zo wordt het alleen maar erger. Omdat ik meestal weet waar het om gaat, kom ik er wel uit. Maar iemand die het voor het eerst leest of ziet, die het moet leren, raakt helemaal de kluts kwijt.
2.2.3 De opmaak en lay-out
Bij de introductie van nieuwe mogelijkheden in tekstverwerkingsland volgden uitspattingen in het gebruik van een veelheid aan lettertypen, kleur, afbeeldingen en opsommingstekens in zes niveaus. Doe mij maar strak, functioneel, helder.
Ook nu nog zijn er boekjes met een bont en blauwe bladspiegel. Soms staat er meer vette dan gewone tekst op een pagina, met opsommingstekens, numme­rin­gen en meer versierselen.
Ik hoorde mezelf ooit tegen een cursist zeggen: “Op pagina 12-7, dat is para­graaf 12-3, waar in Opgave 12-1 bij stap 28 staat …” Wat een nummers. En een opgave met meer dan twintig stappen. Brrr.
In veel cursusmateriaal staan aandachtspunten en uitzonderingen in een speciale opmaak. Echt handig. Maar tot mijn verbazing vind je verderop in het boek ook heel gewone standaardzaken ineens in die Attentie-opmaak. En tot slot nieuwe Attentie-theorie in de opdrachten.
Ik weet niet of dit punt hier thuishoort … ‘evenwicht’. Ik denk hier aan een boek met een hoofdstuk van anderhalve pagina, gevolgd door een hoofdstuk met vijftig bladzijden en dertig paragrafen en subparagrafen.
2.2.4 De didactiek
Dit is misschien wel het belangrijkste: het boek geeft een scherpe analyse, helder gebracht, van het programma.
Iedereen, bijna iedereen, kan het gebruik van formules en functies leren, als het maar duidelijk wordt uitgelegd. Zelfs anti-rekenaars gaan het leuk vinden. De Word-haters (wij willen WP) gaan ‘om’ als ze duidelijk zien hoe dat programma in elkaar steekt.
Het is hier niet mogelijk om voorbeelden te geven want het gaat om de totale structuur van een boek.
Eén ding helpt in ieder geval enorm: een duidelijk verband tussen theorie en opgaven of opdrachten. Bij ieder afgerond stukje uitleg horen één of meer oefe­nin­gen. En nieuwe theorie in een opgave … een didactische doodzonde.

2.3 Soorten en maten computercursusboeken
2.3.1 Foutloze

Ik weet niet of de Teelen-mappen nog (onder die naam) verkocht worden. Als ik ermee moest werken, hoefde ik me over het materiaal in ieder geval geen zor­gen te maken. De geboden informatie klopte en de opdrachten waren nagenoeg foutloos. Alleen had ik eigenlijk een volle week nodig om te doen wat er voor twee dagen op het programma stond, als ik het serieus zou willen doen natuur­lijk. Afraffelen is ook een kunst.
2.3.2 Foutvolle
De conclusie kan zijn dat er veel knollen voor cursusboeken worden verkocht. Soms is er een excuus, bijvoorbeeld een eerste druk. Maar jaren achtereen dezelfde rommel leveren, is triest. Opnieuw zal ik niet verklappen waar ik mijn ‘wijsheid’ vandaan haal. Kijk rond, zou ik zeggen.
Bazen van P&O: jullie zijn aan zet! Kwaliteit (kost geld) of kulkoek? Een cursus kan altijd korter en goedkoper. Als jullie nog even doorzetten, krijg je … een zwart gat waarin alle goede bedoelingen van opleiders worden weggezogen.
Zie wederom het lichtkrantje boven de blog Computercursusboeken. Het is een tikkie flauw om dergelijke onzin-zinnetjes te plaatsen. Aan de andere kant: ik heb vele malen geprobeerd om een bijdrage te leveren tot verbetering. Dat heeft in één geval zelfs geleid tot ex-communicatie.

3 De trainer

Hoe krakkemikkig een boek ook is: een trainer redt zijn cursus. Hij moet wel want hij zit tussen minstens drie vuren: de cursist die iets wil leren en daarop afrekent, het opleidings­instituut dat de zaak organiseert en de uiteindelijk beta­len­de instantie. Allemaal klanten die koning zijn.
De trainer is de brenger van de boodschap en de cursusevaluatie gaat over hem. Zie de blog De cursist is koning.

Het staat uitgevers, cursusboekenmakers en P&O-ers vrij om hier tegengas te geven.

Plaats een reactie