?

Rekenen en taal

Met twee woorden: rekenen en taal

De terugkeer naar rekenen zonder flauwekul

Hieronder mijn gedachten bij een artikel van Hella Rottenberg in De Groene Amsterdammer van deze week. Voor € 4,00 krijgt u één week toegang tot de webversie van De Groene. De link naar het artikel. Een attente reaguurder meld­de al dat ‘rekenen en taal’ zelfs wel drie woorden zijn ;-).

De inhoud van het artikel ‘Met twee woorden: rekenen en taal …’ vind ik in één woord: flauwekul. Het zou een slechte zaak zijn voor het onderwijs aan kinderen als dit verhaal gehoor vindt.
Het lijkt geschreven te zijn door iemand die niet zo heel veel kennis heeft van onderwijs. Door iemand die niet echt heeft nagedacht over waar het in het on­der­wijs om gaat en hoe geformuleerde doelen te bereiken.

=== Wat bespiegelingen over een halve eeuw rekenen: van verkoop aan de deur vanuit de hondenkar tot en met spreadsheetgebruik op een internationaal regel­centrum. ===
Amsterdam, de Watergraafsmeer, 1957. De twee elkaar beconcurrerende lokale melk­boeren, kruideniers zo u wilt, konden rekenen als de beste. Ten­min­ste: ze konden razend­snel de prijzen van eindeloos veel artikelen bij elkaar op­tellen. Meijer deed het secuurder dan Prins. En waarschijnlijk moesten ze, om handmatig boek te houden, ook kunnen minnen, vermenig­vuldigen en delen. Aan worteltrekken op papier kwamen ze waarschijnlijk niet toe.
Moeders dreunde toentertijd met gemak willekeurig welk rijtje op, tot en met de ‘parels’ in de ‘Gordel van Smaragd’.
De 70-er jaren … In mijn eerste HEMA-baantje moest ik uit het hoofd vijf en meer product­prijzen optellen en dan instellen op zo’n buikkassa met schuifjes. 250 gram pinda’s à ƒ 1,25 stond er op het kaartje maar wat te doen als de eerste de beste klant om anderhalf pond vraagt. Rampzalig! Ik heb het overleefd en de HEMA ging aan mij niet ten onder.
2011. Zelfs als de stroom uitvalt, ook dan, hoeft de caissière echt niet te kunnen rekenen. Haar kassalade gaat namelijk niet meer open, de barcodescanner zwijgt en pinnen is uitge­sloten. Liever dan ‘Bali-Lombok-Soembawa’ zou ik willen weten hoe van Gorinchem naar Roosendaal te rijden als ik hoor dat knooppunt Zonzeel dicht zit, met een zojuist uitgevallen navigatiesysteem. Ik werk momenteel voor Dispatch waar per dag miljoenen cijfertjes (wer­kelijk) worden verwerkt. Ik zie de slimme dispatchers zelden ene som maken.
Waarom dan zoveel drukte over hoofdrekenen? Je doet het blijkbaar alleen op school, om de C¿to- en andere toetsen te kunnen halen. Zo ook: schrijven – met de hand – doen we zolang dat moet omdat we op school zitten. Daarna verwer­ken we tekst met de tekstverwerker en vingertippen we op touch screens. Ik kwam over de vloer bij een hightech organisatie­adviseur waar papierwerk, van welke aard dan ook, gewoon geheel verboden was. Alles moest digitaal.
En toch vind ik het, soms ook schoolmeester zijnd, uiterst zinvol dat kinderen goed leren rekenen en spellen. Al die elektronica helpt tot nu toe namelijk niks bij het denkwerk. Excel is prachtig maar het doet me een beetje verdriet dat ik tijdens een training (aan volwas­senen) nog moet uitleggen dat 2 + 3 * 4 echt geen 20 oplevert. Het ezeltje MVDWOA is en was altijd al gewoon fout. Correct is: H-MW-VD-OA = Hoe MoetenWij VanDeze Onvoldoen­desAfkomen = … Vult u zelf de bijbehorende rekenkundige handelingen maar in. MS Word vindt een zinnetje zoals dat op een verkeersbord stond ‘Weg om legging: gemaal weg af gesloten’ in het geheel niet verkeerd. WordPerfect 5.1 verbeterde ooit ‘historica’ tot ‘hysterica’. Kortom: kennis, vaardigheid en enig inzicht zijn nooit weg.
=== * ===

Het Groene-artikel zeilt lang vele onderwijskundige problemen maar slaat bijna nergens de spijker op de kop. Mijns inziens slaat het eerder de plank nogal vaak mis. Van mij mag het echt tot in der eeuwigheid duren voordat ‘ouderwets’ leren terug is. Ouderwets onderwijs heb ik aan den lijve meegemaakt. Dag in dag uit stomme sommen zitten maken, eindeloos idiote zinnen ontleden, de grond­soor­ten in Afrika leren. Een plasje of praatje mocht gewoon de hele schooldag hele­maal niet. Waarom deze hel? Maar er waren klasgenoten die het allemaal best leuk vonden.
Terug naar het artikel, naar die rekenvaardigheid … Rekenvaardigheid bestaat uit a) snel, foutloos kunnen cijferen en b) begrijpen wat je wanneer en waarom doet. Snel cijferen leert men al sinds de oudheid door instampen en opdreunen. Dreunen en stampen liefst op een prettige en uitdagende manier. Lees te zijner tijd de blog ‘De vijfminutentest’ voor een spannende manier om tafels te trainen.
Maar waarom dat staartdelen werkt, is veel mensen nooit duidelijk geworden. En daarom ziet niemand dat de verafschuwde ‘hapmethode’ eigenlijk nauwelijks anders is dan staart­delen. Het gaat uiteindelijk om dezelfde operaties in hetzelf­de talstelsel. In dit artikel wordt a) ‘cijferen’ verafgood en b) ‘begrijpen’ een beetje belachelijk gemaakt. Mij lijkt dat niet bepaald slim. Beide zijn noodzakelijk en nuttig.
Ander voorbeeld: onderwijzen bestaat uit het overdragen van kennis en vaardig­heden maar ook uit het scheppen van het juiste klimaat voor die overdracht. Een reken- of wat-voor-les-dan-ook zal mislukken als je als onderwijzer niet in staat bent om een ruzietje uit ‘de kleine pauze’ snel en vakkundig te beslechten. Het is heerlijk om leerling te zijn op een school die hoog scoort op kennis maar dat valt in het niet bij het treitertrauma dat je overhield aan een op dit punt falende leer­kracht.
In alle geklaag over de pabo gaat het in dit artikel alleen over mankerende reken- en taal­vaardigheid. Geen woord over ‘een visie op de wereld en ‘s men­sen lot’ en of waarin een jong onderwijzer wijzer zou moeten zijn dan de eerste de allerbeste spits van Barcelona.
Het is toch de wereld op zijn kop dat hoogwaardig (basis-)onderwijs (op wat voor manier dan ook) door de KNAW verdedigd wordt vanuit de toekomstige concur­ren­tie­positie van Neder­land in de wereld. Het hoort onderwijskundigen in de eerste plaats te gaan om het welzijn van de kinderen in hun hier-en-nu. Zelfs het motief ‘nodig voor de middelbare school’ vind ik lichtelijk verdacht. Alsof het er in het middelbaar onderwijs zo perfect aan toegaat. Het artikel redeneert precies de verkeerde kant op. Aan de andere kant: rekening houden met een toekom­stige realiteit, kan geen kwaad.

Ik schakel een tandje terug. Ik kan me dat gemopper op ‘realistisch rekenen’ best voor­stellen. Dat ‘de tafels’ er bij inschieten en dat rekenboekjes er onover­zichtelijk, talig, of nog erger, als een stripboek uitzien’. Als invalmeester vraag ik mij soms in gemoede af wat de diepere zin is van zo’n te behandelen bladzijde.
Toch komt mijn belangrijkste bezwaar tegen deze manier van leren-rekenen uit een heel andere hoek. Namelijk dat die ‘realistische’ rekenvraagstukken hele­maal niet uit de reële wereld van de leerlingen komen. De opdrachtjes zijn, met de beste bedoelingen, bedacht door ‘knappe’ pedagogen en didactici. Als je, als leerling, geluk hebt, lijkt de som van die dag geheel toevallig op iets waar je werkelijk en praktisch belang bij hebt. Meestal raakt de leuke som jouw kant noch wal.
Er valt in de kinderwereld echt 1001 te rekenen. Maar uitrekenen wat je a.s. verjaardags­feestje gaat kosten (kind in eenoudergezin met bijstandsuitkering), doe je maar in je eigen tijd en zonder hulp. Daarmee vervliegt ook de kans dat een maatschappelijk probleem doordringt in de klas: ‘Bij dat trutje X hoef je niet te komen want er is geen snoep’. Of uitrekenen hoeveel dagen het duurt voordat het weer grote vakantie is, voordat je eindelijk eens van school mag. Op hoeveel vierkante meter je blijft zitten als er weer eens klassen moeten worden samen­ge­voegd; de juf zal je er niet bij helpen. En ook de ‘realistische’ rekenmethode niet.

Als ‘t u belieft niet terug naar vroeger. Maar hoe of wat dan wel? Leer pabo-studenten vak­inhoudelijk het naadje van de kous; aangaande taal, rekenen, wereldoriëntatie en creatieve dingen. En leer ze daarbij, voor hun toekomstig vak, hoe die kale kennis toegepast kan worden in de kinderwereld, zonder het knellende keurslijf van een methode. Daarvoor moeten ze echt heel sterk in hun schoenen te staan. Om er een succes van te maken moeten ze ook pedagogisch en didactisch hun mannetje, meestal vrouwtje, staan.
Een universitaire onderwijzersopleiding? Niet als die net zo massaal en wereld­vreemd wordt als het er daar nu vaak aan toegaat. Maar misschien wel om het aanzien van het vak op te krikken.
Een Fins model? In gewoon Nederlands: ‘blauw op straat’ wordt ‘krachten voor de klas’ en ‘handen aan het bed’ wordt ‘handen aan de schoolbankjes’. Met hoogstens 25 leerlingen per klas, liever minder. Daartoe zullen vele begeleiders, inspec­teurs, -gogen en -logen omge­schoold moeten worden tot krachten op de werk­vloer, vanwege de benodigde menskracht en centen, om gewoon het vuile werk (eigenlijk heel mooie) te doen. Misschien wat minder meten en wat meer nuttige prestaties leveren. Hierin ben ik het wel eens met mvr. Rottenberg.
Deze vorm van rekenonderwijs gaan PVV en VVD onherroepelijk stemmen kosten ;-). Uitreke­nen wat de hypotheekrenteaftrek nationaal, en papa persoonlijk dus kost, minus wat het paps uiteindelijk weer oplevert.

Plaats een reactie