?

Ik-hoef-niet …

Dé klacht van veel kinderen tussen vijf en vijftien is dat ze altijd alles ‘moeten’. Ze moeten hun speelgoed opruimen, bed opmaken, ze moeten afwassen en/of afdrogen, mee naar die verschrikkelijke tante Dinges, huiswerk maken, bord leeg eten en boodschappen doen. Een eindeloze rij van verplichtingen.

Ze voelen zich daarin machteloos ten opzichte van volwassenen: ouders, onder­wij­zer, trainer, … ‘Resistance is futile‘ zoals de Borg het kernachtig zeggen.

Omdat ik me deze kindermisère van mezelf, van mijn eigen kindertijd, kan herinneren, verklaar ik de klacht gegrond. Ik moést naar kinderkerk, zondagse kleren aan en zowaar ook naar school.

En toen werd ik zelf ouder en de autoriteit. l’Histoire se répète dus ook ik ont­aard­de in de ogen van mijn eigen kinderen in zo’n tiran.

Omdat het nu al vele jaren geleden speelde, kan ik me de details echt niet meer herinneren. Ik zal het herhaalde soebatten moe geweest zijn. Ik zal gedacht hebben dat ‘het’ anders moest kunnen. Misschien kwam het door Freinet, de Weerenschool of Mellie Blom; ik weet het niet meer. Hoe dan ook: ik bedacht de ‘Ik-hoef-niet-kaartjes‘. Waarschijnlijk is dat mijn enige eigen en dus ‘grootste’ pedagogische uitvinding.

De introductie ging gepaard met een ernstig gesprek over de bedoeling en wer­king ervan. Namelijk dat het leven van kinderen èn ouders vol vervelende (en gelukkig veel meer leuke) dingen zit. Dat, hoe je het ook wendt of keert, de macht bij de ouders ligt en dat dat maar goed is ook. Maar dat ik ze best be­greep. “Dus: vanaf nu, als je iets echt niet wilt, dan gebruik je zo’n kaartje.” Ik geloof dat mijn kinderen er vier per maand kregen. En niet te gebruiken voor dingen die buiten de huiselijke macht lagen zoals schoolgang.

Mijn partner of ik konden die kaartjes in uitzonderlijke gevallen ‘overstemmen’, uiteraard met overtuigende uitleg. Maar in principe was het dan aan ons om … af te wassen, een logeeradresje te regelen enz.

Het werkte prima. De moeten-druk was van de ketel en het gemopper uit de wereld. Vaak gebruikten ze niet eens hun vier kaartjes (oversparen voor een volgende maand kon niet).

Ze ruilden wel eens een kaartje door het doen van andermans taakje en het verschrikkelijke kinderleven bleek eigenlijk best mee te vallen ;-). Daarom werden die kaartjes na verloop van tijd weer afgeschaft, door henzelf!

In de klas, op die Freinetschool, heb ik wel eens iets dergelijks uitgehaald. Je had daar ‘veelpraters’ en ‘stillen’. We ‘vergaderden’ en ‘bespraken’ heel wat af in de klas. Een veelprater moest bij iedere inbreng een kaartje omleggen. Op = op was het motto. En de stillen moesten juist proberen hun kaartjes op te maken.

Maar ook hier: geen zware sancties als het mis ging. Het was niet meer dan een stimulans. Het werkte … een beetje.

Voor het eerst sinds lange tijd was dit weer een ‘leuke’ blog maar ik ga toch nog even in verzet.
“We spreken af dat je dat nooit meer zal doen.”
“Van mamma mag je nu je speelgoed gaan opruimen.”
“Vraag dat maar aan je moeder.”
Driewerf bah!

2 Responses to “Ik-hoef-niet …”

  1. bert van zelm Says:

    Een mooie, zal hem onthouden. Vooralsnog heb ik geen problemen. Maar ik geef ook niet echt ‘taken’. Gala wil vaak meedoen (koken, koffie zetten) en dat probeer ik zo weinig mogelijk te remmen. Koffie zetten duurt dan langer, de koffie die er naast valt moet weer in de pot terug, maar zo win ik weer tijd, omdat ik geen jengelend kind heb. We doen dingen dan meer ‘met z’n tweeën’.

  2. Frans Says:

    Gala is gewoon een voorbeeldige meid. Of misschien nog een beetje te jong om op deze manier in verzet te komen. Maar over een jaar of twee, drie. Hou de truc maar in gedachten.
    Veel samen doen … ik herken het. Alles duurt dubbel zo lang maar het dient vele goede doelen.

Plaats een reactie