?

De cursist is koning

De klant (mijn cursist) is koning. Tot je dienst; helemaal waar.
Over koningen mag niet geklaagd worden. Een gegeven paard kijk je uiteindelijk ook niet in de bek. Het riekt in die omgeving.
De geschiedenis kende veel vreemde ‘koningen’. Willem van Oranje hongerde vro­lijk de halve bevolking van Brabant uit. Nero, Pol Pot, Ciaucescu, Mugabe; alle­maal wonderlijke portret­ten.
Misschien waren en zijn er ook aardige koningen en koninginnen. Onze Bea?

De klant (mijn cursist) is dus koning.
Meestal zijn het heel aardige mensen. Zelden heb ik dat gedonder zoals ik het soms mee­maakte bij invalwerk op basisscholen. Men is leergierig, er wordt geluis­terd, het beste beentje gaat voor. Mijn belangstelling gaat ook uit naar de cursist-persoon. Die ene cursus heb ik echt al wel honderd keer gegeven dus sta ik open voor waar ze voor de rest mee bezig zijn: werk, hobby’s, ideeën over de maat­schap­pij.
Er zijn uitzonderingen en iedere keer is dat een verbijsterende ervaring. Ik begrijp dan niet wat me overkomt in het intermenselijk verkeer en ik schrik me te pletter van hun evaluatie.
Ik mag heus niet klagen over mijn koningen. Maar een paar gevallen zijn te gek om niet op schrift te stellen.

  • Katrijn en de levenslessen van Jannie Klaassen

Het ging hier om een cursus Access bij een hightech bedrijf, met sessies van een halve dag per keer. De meeste deelnemers bleken niet erg ‘high‘. Hindert niet, als ze maar een beetje willen meewerken. Laten we de dame in kwestie Katrijn noe­men. Een jaar of veertig dus bakvis af.

  • Katrijn: “Hij doet het niet.”
    Ik: “Heb je misschien een tikfout gemaakt in een naam?”
    Zij, stellig: “Nee.”
    Buurcursist kijkt even en zegt: “Het moet zijn ‘Customers‘ mèt een ‘s’.”
  • Katrijn: “Ik zie niks.”
    Nee, want ze typt ‘Londen’ als filterwaarde in plaats van ‘London‘. Kan ik inko­men maar ze is wel de enige.
  • Katrijn: “Bij mij doet hij niks.”
    “Heb je dan wel een duplicaatrecord gemaakt?”
    “Nee.”
    “Dan is het ook correct dat je niets ziet.”
    Met het maken van een duplicaatrecord waren we net enkele minuten bezig geweest.
  • En voor de rest als antwoorden op mijns inziens niet al te onmenselijke vragen: “Geen idee.” “Excel gebruik ik nooit, daar weet ik niks van.” “Ik programmeer niet.” (We hadden ook helemaal niks niet geprogrammeerd.)

De allermooiste reactie was: “Ik heb nog nooit een lijstje met bedragen gezien.” Dit zei ze heel echt. Toen ik vroeg: “Kijk je dan nooit op een kassabon?” was de kribbi­ge reactie “Natuurlijk wel.” “Nee, goed. Maar dan kunnen we met dit voorbeeld tenminste verder. Want wat we nu gaan doen, lijkt op zo’n bonnetje.”
En ondertussen maar zuchten, giechelen en mompelen. Als ik dan vroeg wat er was, werd ik met een vriendelijk, vreemd lachje afgewimpeld. “Nee, er is niets.” En dan weer mompe­lend: “Alleen doet hij het niet.” Ze was overigens gaan zitten op de plek, het verst bij mij vandaan.
Ik besloot dat ik er (aan haar) verder maar niet te veel aandacht aan moest besteden. Na afloop van die eerste dag meldde ik wel even aan Jannie Klaassen, organisator van de trainingen en P&O-medewerker, dat het niet ‘soepel liep’ met Katrijn. Daardoor was ik toevallig ook getuige van een conflictje tussen haar en Katrijn over de cursusdata en -tijden.

Dagdeel twee; ik demonstreer de volgende oefening. Katrijn: “Mompel-de-mom­pel.” Ik ga verder, zij weer: “Mompel, mompel.” De buurcursist helpt opnieuw. Ik vervolg.
Ik kan me de precieze bewoordingen niet meer herinneren maar Katrijn meldt nu verstaanbaar:

“Zeg! Als ik wat vraag, wil ik wel geholpen worden.”
Ik: “Als je het duidelijk aangeeft, zal ik dat met liefde doen.”
Zij: “Dat deed ik al een tijdje.”
“Nee, je mompelde wat. En dat deed je al veel vaker en je giechelde. Als ik dan vroeg wat er was, dan was er niks. Maar goed: daar gaan we, in de herhaling.”
Katrijn pakt haar spullen en vertrekt.
Ik: “Wat nu?”
Zij: “…” (weet ik niet meer). “Jij helpt niet.”
“Ik zal de uitleg geven. En weet wel dat jíj nu wegloopt.”

In de honderden trainingen die ik gegeven heb, was dit nog nooit gebeurd. Zo zie je maar: men is nooit te oud om iets nieuws mee te maken. Deze clash meld ik natuurlijk bij mvr. Klaassen.

Dagdeel drie. Jannie Klaassen spreekt mij aan op ‘minder professioneel hande­len’. Nou ja! Ik zou hierover kunnen … zuchten, giechelen, mompelen. Ik zou kunnen zeggen: “Wat is dat? Professioneel handelen?” Katrijn had namelijk ‘min of meer het tegenovergestelde’ aan haar verteld. Mvr. Klaassen gaat mij nu “een aantal zaken uiteenzetten”. Ze legt mij uit dat:

    • niet iedereen hetzelfde is.
    • het is een utopie is om te verwachten dat iedereen ‘leuk’ reageert.
    • ik te negatief ben.
    • ik de lat te hoog heb gelegd voor mezelf.
    • ik kan het niet iedereen naar hun zin maken.

Ze zal je P&O-baas maar zijn.
Leeftijden zijn niet doorslaggevend en ervaring ook niet. Maar dit voelde op z’n zachtst gezegd vreemd: iemand van ongeveer dertig die mij gaat uitleggen hoe de wereld in elkaar zit.

In de parallelgroep ging het gelukkig anders. Daar werd hard gewerkt en ik heb nooit zoveel moppen voorbij horen komen als toen.

      • Yup W. en yuppa T.

Twee jeugdige medewerkers van een autolaeser, yup W. en yuppa T. (sorry, ik ken de TeleTubby’s niet bij naam) komen voor een cursus Access. Hun voorken­nis is gering, de verwachtingen zijn hooggespannen.
Ik kan me herinneren dat ik ooit twee leuke dagen bij die leaser had gedraaid. De cursus werd een workshop! Het lukte me om hun tien actiequeries om te zetten naar één of twee slimme alternatieven. Dat kon ook omdat de mensen toen wisten waarom het ging en omdat ze goed meewerkten.
Yup W. en yuppa T. zijn tamelijk onbekend met de materie. Yup W. ratelt vraag na vraag op een chaotische, onnavolgbare manier: van de ene naar de andere query, tabel, veld; klik hier, klik daar, venster open, dicht.
Ik heb ze niet / nauwelijks aantekeningen zien maken. Met hun superieure intel­ligentie zullen ze het wel zo hebben kunnen onthouden. ‘Alles was toch al duide­lijk’ en eigenlijk ‘wisten ze het al’.
Yup W.:

      • Overschrijft bij eerste opdracht een tabel in voorbeelddatabase. Geen pro­bleem maar niet zo slim.
      • Wist vervolgens een veld (vermorzelt alle data in) door het gegevenstype te wijzigen. Ook niet erg, maar hij is verbaasd:
        “Kan dat dan niet? Het zijn toch telefoon­num­mers dus getallen.”
        Ik: “Nou, er staan haakjes om de netnummers en wanneer rekent men met telefoon­num­mers.”
      • Gaat mij uitleggen waar AutoFilter zit in Excel! Wat schattig.
      • Kijkt niet naar de uitleg met beamer (zit er half van weggedraaid, surft Internet, telefo­neert, …) en gaat dan soms de mist in bij uitwerking.
      • Duikt bij de lunch meteen in de tijdschriften (de Donald Duck en autobladen), zegt geen stom woord.
      • Krijgt een filter maar half voor elkaar en zegt dan:
        “Ik heb de oplossing wel maar Access geeft steeds een verkeerd resultaat.” Nou ja!
      • Trommelt met vingers, trilt heftig met voet, stoot herhaaldelijk tegen beamer (per ongeluk?).
      • Wijst me op rode stift (alsof ik die niet gezien had) als ik zoek naar zwart of blauw.
      • Beweert dat het resultaat van MONTH(datum) afhankelijk is van de opmaak van een cel of veld. (Nee, het kan mis gaan bij de invoer maar MONTH geeft per definitie maand­nummer.)
      • De enige echt moeilijke opdracht die ik heb gegeven … lukt niet.
      • En meer.

Yuppa T.

      • Kijkt regelmatig naar yup W. of iets gevraagd mag worden. Hij: “Nee hoor. Dat weten we wel.”
      • Giechelt en smoest regelmatig als ik dingen op bord schrijf. (Met die twee leek het werkelijk op een kleuterklasje.)
      • Bij missers in opdrachten: “Ik doe precies wat jij zegt.” NIET dus. En als ik dan op de fout wijs, op speciaal toontje: “Dat zal dan wel.”
      • “Ik ken Access niet. Jij moet het mij leren.”
      • Zelfs het bestellen van broodjes doet ze op dag twee verkeerd. Ik krijg daarvan nog net niet de schuld. Het was vast de schuld van de cateraar …
      • Iemand met een mooie naam

Iemand met een unieke, fantastige naam snapt werkelijk erg weinig van Excel. Het aller­simpelste opdrachtje (selecteren, kopiëren, plakken) gaat mis. Het is wel een training voor gevorderde gebruikers. Natuurlijk (?) heeft deze persoon zich ver­schanst op de absoluut moeilijkst bereikbare plek in het lokaal. Assis­te­ren is bijna onmogelijk.
Zijn evaluatie: “De trainer zou eens moeten overleggen met het opleidingsins­ti­tuut over de cursusopzet.” Een wijs advies van een onwijs (met excuus) mens.
Deze serie cursussen was helemaal een feest.

      • Op dag één blijken er slechts vier van de elf pc’s bedrijfsklaar. ICT komt, klust en het is op tijd klaar. Goed dat ik om 08:00 aanwezig was zodat er nog inge­grepen kon worden.
      • Eerst is er geen beamer, dan wel, maar ik moet kiezen: beeld voor mijn neus op de monitor of beeld achter m’n rug op het projectiescherm.
      • Er blijkt geen account te bestaan voor een docent. Gelukkig heb ik mijn laptop bij me.
      • De oefenbestanden zijn niet beschikbaar en omdat er geen gedeelde netwerk­schijf bestaat, ga ik pc na pc af met mijn memory stick.
      • En, hoe kan het ook anders: de stiften voor de flap-over zijn tot op de draad versleten.

De hoog opgeleide drs. Dame die een en ander heeft geregeld, vindt achteraf dat het wel meeviel met de startproblemen. En dat er geen docentenaccount was … dat was ook niet gevraagd, alleen maar een pc. Nou was de ‘elektriciteit’ ook niet apart aangevraagd.
Een andere dag duurt het een half uur om door de ‘douane’ (langs de portier) te komen.
Nooit eerder vertoond: in alle cursusboeken zit een hoofdstuk 12 maar wel met twee totaal verschillende onderwerpen. Die boeken waren verder helemaal een crime maar laat ik nou net bij dát hoofdstuk denken: ‘Een leuk moment om het boek er eens bij te pakken.’

        • Een opgewonden standje

In deze cursus zit een opgewonden standje, een stressdame. Al mijn uitleg wordt genoteerd, nagevraagd, nog eens nagevraagd en dan … verdraaid weergeven. Een medecursist zei, bij voorzichtige navraag: “Let maar niet op haar. Ik ken dat soort mensen uit mijn werk. Die heeft gewoon persoonlijke problemen.”
Tijdens dag één toon ik, even tussendoor, hoe je een gebeurtenisprocedure maakt. Voor de grap laat ik de cursisten beloven, zweren, dat ze nooit een procedurenaam zullen typen maar alleen uit een keuzelijst zullen putten. Zo voorkom je namelijk vervelende fouten.
Dag drie, het is zover: gebeurtenisprocedures. Ik herinner ze aan hun eed. Na enige tijd vraagt de dame, een tikkie geïrriteerd, om assistentie.

“Ik heb de uitwerking overgetypt, wel een beetje anders, dat moet kunnen. Maar hij doet het niet.”
Ik suggereer voorzichtig dat, als het niet werkt, het toch de moeite waard zou zijn om het voorbeeld precies te volgen.
Zij: “Brom brom.”
Dan valt het mij op dat de procedurenaam er anders uitziet dan normaal.
Ik vraag: “Zou het kunnen zijn dat je dat getypt hebt.”
“Ja.”
“Maar ik heb toch duidelijk gemaakt dat dat onverstandig is.”
“Jawel, maar ik wilde het gewoon zelf typen.”
(Ik krijg een licht gevoel in mijn hoofd.)

        Pas dan valt het me op dat ze de gebeurtenisprocedure heeft getypt in een globale module in Functies.xla van dag één! Op dag twee had ik al heel duidelijk gezegd dat Functies.xla echt klaar en over was, met alleen die functies, en dat overige procedures daar niet bij hoorden. Dit ook naar aanleiding van haar: “Het werkt niet maar ik heb het echt goed getypt.” tijdens dag twee.

(Het lichte gevoel in mijn hoofd verandert in hoofdpijn.)

Zij scoort in al haar wijsheid, hoe kan het ook anders, slecht op mijn pakketkennis, mijn uitleg en mijn voorbereiding.

  • Conclusie

In blog De bril stel ik mij de vraag of het een talent is van (jonge) mannetjes om met een vertekende blik naar de wereld te kijken.
Hier vraag ik mij af of jonge, hoog opgeleide dames het voorrecht hebben op een moeizame deelname aan trainingen.
Ik gaf ooit les bij een gerenommeerd organisatieadviesbureau. Het viel me op dat ene doctoranda nogal eens de boot miste. Bij hulp en / of correctie was het volgens haar toch mijn schuld dat een en ander niet lukte. Bij een wandelrondje hulp zag ik in het spiegelende raam dat zij ondertussen een potje Patience speelde. Ik denk niet dat ze ‘uit’ kwam.
Los van welke gender dan ook: jeugdigen lijken nogal eens te lijden aan de wens tot directe behoeftebevrediging: applicaties zijn makkelijk, programmeren moet te leren zijn in twee dagen.

De ‘reply’ staat open voor iedere medemens-cursist om eens een boekje open te doen over het fenomeen ‘trainer’. Zelf ben ik betrapt op ‘snuiven’ (een tic, zenu­wen) en knoflook. En ik hoorde een smakelijk verhaal over het turven van stopwoordjes van een andere docent.

One Response to “De cursist is koning”

  1. cees riedijk Says:

    Hallo Frans,

    Ik ken je al een tijdje en moet altijd met plezier je gewrochten lezen.
    Ik heb een keer de basis training visual basic van je gelezen en toen in een deuk gelegen (van de stof herinner ik me niet meer zoveel).
    Ik herken mezelf in bovenstaand verhaal.
    Tn zeker dat de cirsist(e) die de meeste aandacht hebben gevraagd (en gekregen) altijd de slechtste evaluaties geven.

    Als ik nog op leuke voorvallen kom zal ik ze met je delen.

Plaats een reactie