?

Invalmeester II

In Invalmeester I beschreef ik een kwartiertje en meer van mijn wederwaardig­heden in een fictieve moeilijke klas. Het blogje toont sec enkele gebeurtenissen, mijn zorgen en vragen en, eerlijk is eerlijk, het laat ook mijn irritaties zien.
Ik was dus blij verrast dat een schoolbestuur een bijeenkomst belegde voor invallers met, onder andere, het onderwerp ‘Lastige klas’. Dat voelde op zijn minst als een erkenning van mijn worsteling.
Ik reed onbetaald (vanzelfsprekend want onderwijs) 86 kilometer en investeerde onbetaald (vanzelfsprekend) inclusief reistijd 4,5 uur. Ik had die dag meer dingen te doen maar de ‘Lastige klas’ gaat me aan het hart.

De eerste domper was dat de geplande 1,5 uur voor het on­der­werp ‘Lastige klas’ werd gehalveerd. Zo konden deelnemers beide discussieonderwerpen (‘Lastige klas’ en ‘Digibord’) tot zich nemen. Alle aanwezigen gingen zonder mokken ak­koord. Namen diegenen die zich voor ‘Lastige klas’ hadden opgegeven het onder­werp wel serieus? Het gebruik van een digibord kon me gestolen worden dus ik weigerde na drie kwartier te wisselen.
Ik denk dat ik de eerste sessie helemaal en de tweede sessie een beetje verziekt hebt. En dat ik mijn eigen glazen weer eens heb ingegooid. Een klokkenluider gaat altijd koppie onder.

Ik vind het moeilijk om weer te geven wat er gebeurde. De discussieleider open­de met de vraag: “Wat is een lastige klas?” Ik kan me de reacties niet meer herinne­ren. Een paar van de gesuggereerde oplossingen wel.

  • Ik stel direct duidelijke grenzen.
  • Mijn regels kunnen anders zijn dan gebruikelijk.
  • Gebruik humor.
  • Prijs goed gedrag, negeer vervelend gedrag.
  • Ik gebruik de plattegrond om de leerlingen op naam aan te spreken. Dat scheelt stukken.
  • Het zijn kinderen dus je moet wel wat kunnen hebben.

Het bleef bij mijns inziens goedbedoelde maar wat zweverige opmerkingen. En ik vroeg me af in welke groepen deze dames invallen; of ze ooit wel een echt moei­lijke groep hebben meegemaakt. Waarschijnlijk toch wel want een leer­kracht werkte ooit in Rotter­dam en een ander in Almere.
Na een tijdje probeer ik praktischer punten in te brengen. Praktisch, want als invaller kun je natuurlijk allerlei verheven ideeën hebben over onderwijs maar je moet niet een te grote broek aantrekken en roeien met de riemen die je hebt. Voor alle duidelijkheid: ik verwijt de kinderen, de moeilijke, eigenlijk niks. Ze verdienen een praktisch steuntje in de rug en daar hebben alle betrokkenen baat bij.
Praktisch dus. Bijvoorbeeld (tip een): de invaller om 08:30 introduceren zodat je in ieder geval een ‘schone start’ hebt. En dan zitten de kinderen meteen op de goede plek.
Daar wist iemand wat op: “Als de schriften zijn uitgedeeld, kun je de schrift­na­men verge­lijken met de plattegrond”. Een bruikbare tip maar wel tijdrovend, lijkt me. En ik maakte mee dat goedgezeten leerlingen in elkaars schriften gingen werken. Dat was ‘een nieuwe’.
De discussieleider vraagt, in het verlengde hiervan, waar de leerkracht staat bij binnenkomst der kinderen. Hij geeft als verkeerd voorbeeld de leerkracht die zich achter het computer­scherm heeft ‘verstopt’. Nee: “Je moet bij de deur staan en de kinderen bijvoorbeeld een hand geven.” Helemaal mee eens.
Mijn tweede tip: als de school weet waar, bij welke kinderen, de problemen vandaan komen, om die vooraf, met flink wat werk in een andere klas te plaat­sen. Dat scheelt iedereen – die kinderen zelf, de invaller, de andere kinderen en de school – een boel gedoe.
Dit idee wordt naar de prullenbak verwezen. Je moet de klas zien als eenheid. En in Rotter­dam zou de hele groep ‘uitgeplaatst’ moeten worden. Ik denk: jammer, jammer dat er zo ingegaan wordt op de suggestie. Voor de duidelijkheid stel ik nog dat dit alleen geldt voor de korte, eendaagse invalbeurt in een echt moeilijke klas. Iemand vertelt dat de school een vaste leerkracht in de moeilijke klas zette en de invaller kreeg een makkelijker groep. Lijkt me een uiterst slimme zet.
Ik probeer nog een tip drie: niveau een beetje terugschroeven en zorgen voor veel maakwerk, eventueel op invulbladen. Ook dit idee wordt afgewezen want: a) geen uitdaging voor de goede leerlingen die dan misschien gaan klieren en b) te duur om allemaal papier klaar te leggen. Geloof me: alle duffe taal-, reken- en alles-lessen maak ik leuk. Daardoor duren ze vaak ook veel langer dan gepland maar in dezen kan me het rooster gestolen worden.
Oh ja, bij de plattegrond-naam-tip (die plattegronden zijn soms verouderd) merk ik nog op dat het handig is (tip vier) om via enkele markeringen te kunnen zien wat voor vlees je in de kuip hebt; zowel in negatieve zin als een aantekening van op wie je volledig kunt vertrou­wen. Weer verkeerd want ‘in principe moet je alle kinderen vertrouwen’. Ik probeer het nog met ‘kinderen die je precies kunnen vertellen wat en hoe, zodat er niet meteen tumult ontstaat’. De aanwezige des­kundige (orthopedagoge) wijst erop dat er vaak (korte) leerling­beschrijvingen beschikbaar zijn. Niet de complete behandel­plannen maar een halve pagina per kind. ‘Niet aanraken’ is blijkbaar een hot item want het komt een paar keer terug in haar verhaal. Nou ben ik geen Katholiek priester. Ik denk en zeg: “Nuttig maar voorafgaand aan de schooldag heb ik niet al te veel tijd.”
In de tweede sessie komt iemand met de vraag wat te doen als een leerling die eruit moet, niet gaat. “Zeker niet aanraken en het probleem uitstellen: ‘Jij hebt straks een groot, een ernstig probleem.'” zegt de orthopedagoge. Met die insteek is niet iedereen het eens. Ik wijs ook op het effect dat ‘uitstellen’ kan hebben op de supporters van de dwarsligger.
Volgens mij dezelfde invalster merkt op dat het probleem ‘lastige groep’ eigenlijk verder, hoger, ligt dan bij invallers, namelijk bij de school. Misschien moet er structureel ‘iets’ met zo’n klas, bijvoorbeeld een Kanjertraining. Dat is een rake constatering. Maar zo’n aanpak blijkt in de praktijk moeilijk en kostbaar te zijn. Weer denk ik: jammer, jammer dat er zo, op deze manier, ingegaan wordt op een goede suggestie. Met nadruk wordt gesteld dat de schoolleiding altijd bereid is om problemen na te bespreken. Dat is waar maar het komt ook voor dat de directeur afwezig is of geen tijd heeft. En liever voorkomen dan genezen, vind ik. Eén keer maakte ik een Kanjertrainklas mee. Het was er echt niet leuk. Ik was de derde invaller in korte tijd en naderhand versleten ze nog drie leer­krach­ten, zelfs een duo (niet twee duo-baners maar twee onderwijzers tegelijk voor de klas). Volgens de ouders lag het probleem niet aan de kinderen.

Achteraf stelt de discussieleider dat er inderdaad een verschil in benadering bestond (tussen mij en de rest) en dat dat in drie kwartier niet op te lossen is. Hij denkt dat hij meer naar kinderen kijkt en zoekt naar aanknopingspunten om vooral het goede gedrag eruit te halen. Ik vind dat … een merkwaardige opmerking, eigenlijk nogal diskwalifiserend omdat die impliceert dat ik dat niet zou doen.
Citaatje: ‘Ik ga er van uit dat elk kind naar school gaat, om er iets goeds van te maken, ook al stellen ze elke invaller vanaf het eerste moment op de proef. En als je die proef goed doorstaat, kan je aan het werk. Invallen lijkt soms op een rodeo, als je de eerste 5 minuten in het zadel kan blijven zitten, heb je daarna een prima dag.’
Dat laatste is dus werkelijk geheel onjuist. In een echt lastige klas moet je van ‘s ochtends vroeg tot einde middag op je hoede blijven. Was het maar waar dat het pleit in vijf minuten beslecht is.
En ik kan niet in de kinderhoofdjes kijken maar het zal waar zijn dat ook de moeilijke kinderen niet met de gedachte ‘rotzooi trappen’ in het hoofd naar school komen. Als je ze het zou vragen is de kans groot dat ze je, met een glimlach op het gezicht, verbaasd vragend aankijken en geen antwoord kunnen of willen geven. Ik ben bang dat het moeilijke gedrag gewoon een automatisme is geworden.

De conclusies naar aanleiding van deze middag:

  • ik heb er tot mijn spijt weinig van opgestoken.
  • ik ben er niet populairder op geworden.
  • leerkrachten, ook de vaste, willen of kunnen de problemen niet onder ogen zien. Ik bedenk, nu ter plekke, hiervoor de term ‘pedagogisch correct denken’ naar analogie van ‘politiek correct’.
  • ik heb geen reden om de toekomst voor moeilijke kinderen zonnig in te zien.

Vooraf had ik de mopperblog Invalmeester I en nog eens extra ‘praktische op­los­sinkjes’ (zie onder de streep) opgestuurd aan discussieleider. Ik denk: niks mee gedaan.
– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –
Ik bel meestal vooraf om wat info te vergaren over wat er van me verwacht wordt; wat me te wachten staat. Bij de mededeling: “… heus lieve kinderen. Maar je moet wel duidelijk zijn.” of “Ze zijn wel een beetje druk, soms.” weet ik genoeg. Namelijk:

  • altijd eerst zien, dan geloven.
  • dit kunnen eufemismen zijn voor: “Je gaat het zwaar voor je kiezen krijgen.”

Een toch echt moeilijke klas dus.

  • als echt moeilijk, dan misschien maar niet een invaller want
  • beroerd voor invaller
  • idem voor leerlingen
  • voor school
  • en voor de ouders

alternatieven

  • ik weet het niet, jammer. Maar ik vind het niet leuk om, als invaller, op te moeten draaien voor het falen van …

Een ‘gewoon’ moeilijke klas

  • de invaller om 08:30 introduceren
  • dat geeft hopelijk een beschaafde start
  • en meteen even ‘plaatsen’ controleren en ook tussentijds misschien even komen kijken of het ‘gezellig’ verloopt
  • gedragsgestoorde kinderen met werk naar andere klas, vooraf
    dat is aangenamer dan verwijderen als gevolg van vervelende conflicten
  • zo min mogelijk groepjes in en uit klas vanwege niveaulezen e.d.
  • werk
  • niet het vaste, gewone werk

maar

  • stapje terug in niveau zodat iedereen het makkelijk aankan
  • veel invulbladen
  • veel schrijfwerk
  • veel cijferwerk
  • geen niveaugroepen; desnoods ook combigroepen hetzelfde werk
  • geen ‘niet-moeten-werken’ bezigheden (er moet voortdurend geschreven of ‘gezamenlijk’ gelezen worden)
    dus wel ‘mandala kleuren’ maar geen ‘verhaal vertellen’
  • een absoluut computerverbod
  • geen spreekbeurten, boekbesprekingen, helemaal geen toneelstukjes
    (of ervoor oefenen in de speelzaal)
  • hulpmiddelen
  • plattegrond met aantekening van bijzonderheden (+ en -)
  • licht uitgeschreven werkinstructie (met tijden!, ook de eindtijd)
  • lesmateriaal op stapel van afhandelen met ruiter op bladzij
    (s.v.p. de leerlingboekjes want de docentenhandleidingen zijn een ramp)
  • als groep 5 links in de klas, dan ook stapeltje links en werkinstructie links
  • van alle smaken papier een stapeltje voorraad (mooi woord: oo-rr-aa)
    (zo simpel maar ik word er verdrietig van als ik effe-snel iets op vierkante hokken of op commencaal wil doen en dan is ‘het’ er niet)
  • stagiair of klassenassistent van andere groep lenen ter ondersteuning
    (meestal ben ik heel blij met hun inbreng)
  • het hele gebeuren opnemen op video
    dit kan echt interessant worden!
  • duidelijk maken wat er van de invaller verwacht wordt
  • laat maar waaien; alleen lichamelijk letsel zien te voorkomen
  • ervoor gaan: orde, rust en regelmaat; prestaties
  • bij welk niveau van ongemak hulp inroepen

Plaats een reactie