?

Invalmeester I

Ik val bij tijd en wijle in op basisscholen. Maanden bijna niet en dan weer wat vaker. Meestal slechts een dag of twee per klas, een enkele keer langer. Zelden een kleutergroep, vaker midden- of bovenbouw, dus vooral de groepen 3 t/m 8. Op allerlei plekken: dorpsschooltjes, in chique buurten en in wat waarschijnlijk arbei­derswijken worden genoemd. Ook in provincie­plaatsen gaat het dan om vele gezin­nen met een probleempje. En ‘dorp’ of ‘chique’ … Popla en problemen ken­nen ze allemaal.
Invallen is leuk1 maar soms ook niet. Als ik het eerlijk mag zeggen (wat mis­schien niet mag want ‘onprofessioneel’ of de ‘klokkenluider’ die de vuile was buiten hangt): soms is het gewoon zorgwekkend. Het kan zijn dat ik te oud ben om nog een frisse mening te geven over onderwijs. Als redelijke buitenstaander vallen som­mige dingen me daarentegen misschien juist scherp op.
En nog even, voordat ik ga zeuren: alle lof voor de manier waarop de vaste leer­krachten mij, passant, bijstaan. Ondanks dat ze het zelf stikke druk hebben, staan ze me met raad en daad ter zijde. Dank! Al is het maar dat ik kinderen waar ik me echt geen raad mee weet, bij hen mag ‘parkeren’.

Laat ik een eerste voorbeeldje geven: half negen, het begin van de invaldag.
Ik zou verwachten dat kinderen er na zes, zeven, acht jaar schoolgang aan gewend zijn geraakt dat men na binnenkomst in het klaslokaal nog wat tegen elkaar zegt en dan gaat zitten; om te wachten op de dingen die gaan komen. Zeker als er een vreemde meneer (invaller) voor de klas staat. Niets is minder waar.
Nee. Op vol volume wordt het gesprek van buiten voortgezet, voetbalplaatjes gaan van hand tot hand, de voetbal wordt nog eens rondgespeeld, er wordt nog een laatste ‘tikkie’ gedaan en nog een terug en nog … Hier ligt de eerste uit­da­ging voor de invaller.
Uit ervaring kan ik stellen dat er in zo’n groep meestal geen normale, vriende­lij­ke manier bestaat om een einde te maken aan dit rumoer. Met ‘normaal’ bedoel ik: zonder strenge, mopperige of zelfs vervelende opmerkingen. Dat vind ik echt erg jammer, zo’n start. Het zou kunnen zijn dat gewoon geduldig wachten op stilte en aandacht werkt. Mijns inziens a) is dat een uiterst zwaktebod en b) ik heb de ervaring dat dat eigenlijk niet werkt.
Van de 30 kinderen reageren er zo’n tien op mijn eerste verzoek om aandacht. Een aardig begin maar niet voldoende om met de educatie te kunnen beginnen. Ik prijs deze vlotte figuren waarop er nog vijf aanschuiven.
De volgende vijf reageren gelukkig op een stevig uitgesproken: “Goedemorgen allemaal. De bel is gegaan. Het is nu vijf over half negen. Ik wil graag beginnen. Ga dus maar zitten.”
Nu blijven de individuele gevallen. Dat zijn de overgebleven tien kinderen die nog volop kwebbelen, met spulletjes bezig zijn en dergelijke.
Met behulp van de plattegrond spreek ik dame ‘X’ aan. Je moet het als kaaskop maar kunnen: wee je gebeente als je de naam van een Koreaan, Turk of Soma­liër verkeerd uitspreekt. Algemene hilariteit en op z’n minst zes aanwezigen noemen, mompelen of roepen de correcte uitspraak. Meestal had ik al gezegd dat ik mijn best zou doen op namen.
Voor het gemak sluit ik hier uit dat twee kinders hun never ending vete onder­tussen zijn gaan uitvechten. Elkaar aankijken kan de lont al in het kruitvat steken. Wat er vervolgens gebeurt, is volkomen onzeker.
Uiteindelijk is het stil, kijken redelijk wat – lang niet alle – ogen de goede kant op (naar mij), klaar voor de eerste schoolactiviteit. Dan komt er een laatkomer bin­nen. Zonder enige schaamte stiefelt deze te zijner plekke. Wat te doen? Ik kies voor negeren maar zo makkelijk laat het geëerd publiek me er niet mee wegko­men. “Meester, Ali komt altijd te laat en dan moet hij nablijven!” “Debiel, je moet hem niet verlinken.” “Nee hoor, alleen als hij drie keer achter elkaar te laat is, moet hij nablijven.” Ali maakt het middelvingergebaar wat leidt tot di­verse “Oohs.” en het nodige gegiechel. De strijd voor stilte begint zo’n beetje van voren af aan.
Zo wordt het door kwart voor negen. Er is al een heleboel gebeurd maar niet bepaald dingen waar ik blij van kan worden.
De didacticus van de begeleidings­dienst, de IB-er zal misschien zeggen dat ik beter anders had kunnen beginnen. Bijvoorbeeld met de duidelijke opdracht om een bepaald leerboek te pakken en een zekere bladzij op te zoeken. Of ik had spontaan het voorleesboek kunnen grijpen en pats-boem kunnen starten. Ik denk: zolang het ontbreekt aan een paar funda­mentele voorwaarden, zal weinig werken. Overi­gens opmerkelijk dat het verbeter­advies zich richt op mijn hande­len; niet op dat van de kinderen. Dames en heren begeleiders: doet u het a.u.b. eens zelf; een weekje een rampenbak runnen.
Dit was dus het eerste kwartier van een schooldag die 5,5 uur duurt. Dat zijn 330 minuten en vele lange seconden waarin ik dik dertig kinderen (behoudens de positieve uitzonderingen die er altijd zijn) scherp in de gaten moet houden, bij moet sturen en aan het werk moet houden; dat ik moet zien te voorkomen dat ze mij of elkaar onderuit schoffelen. Lees eventueel mijn oude blog Het gedrag van kinderen waar ik de algemene mechanismen heb proberen te beschrijven.

Voorbeeld twee: fluisteren.
Ik denk, vind, dat de sfeer en de kwaliteit van het werk erop vooruit gaan als er een zekere rust heerst in de groep. Dat geeft de kinderen veiligheid en mogelijk aandacht voor het werk, beide geen overbodige luxe.
Nu hoef ik niet de doodse stilte die er ooit heerste in mijn eigen klas, zo 1960. Leerlingen mogen van mij tussendoor best iets tegen elkaar zeggen. Als het gaat om onderlinge hulp ben ik er zelfs wel voorstander van. Ook een privépraatje is niet strikt verboden. Er zijn echter twee voorwaarden. Het privégesprek moet niet te lang duren en in alle gevallen spreke men op fluistertoon om anderen niet te storen, te hinderen of af te leiden.
Welke leerdoelen er ook bereikt mogen zijn: fluisteren hebben veel leerlingen in acht jaar onderwijs niet onder de knie gekregen. Ik fantaseer wel eens over het doen van fluister­oefeningen, over mediteren, maar dat kost tijd. Tijd die besteed zou moeten worden aan het bestormen van het metriek stelsel of iets dergelijks. En de kans op succes acht ik niet zo groot want ‘belachelijk, idioot, we zijn toch geen kleuters meer’. Da’s een goeie: zoiets valt te leren op kleuterleeftijd.
Wat nog wel eens wil lukken is het verminderen van het gedender en gedreun met de stoelen bij vertrek. Flauw natuurlijk maar het groepje dat me teveel herrie maakt, moet terug en wacht tot alle anderen vertrokken zijn.

Tot slot: lachen.
Lachen is sowieso een vreemd fenomeen. Het schijnt verankerd te liggen in een diep, oud stuk van de hersenen. Volgens deskundigen komt het overeen met het spinnen van katten, bijvoorbeeld. Lachen zou duiden op een gevoel van welbe­vinden, van acceptatie van de ander en het start allerlei fysiologisch gunstige processen.
Bij deze uitleg breekt mijn klomp als ik die in verband breng met ‘lachende’ leerlingen. Er wordt namelijk wat afgelachen als ik een kind corrigeer, door de persoon zelf en door velen in zijn omgeving. Ook ik lach bij de home-clipjes met van-schommels-vallende opa’s maar alleen als het geen nare gevolgen heeft.
Misschien is dit lachen onschuldig en goed bedoeld. Ik kan het echter niet goed plaatsen en vertrouwen doe ik het ook niet helemaal. Het lijkt eerder op het ontduiken van verant­woor­delijkheid voor eigen handelen.

Toch nog een incidentje.
We lezen en spreken over het meisje van 12 dat bevallen is (het is eind maart 2011). Vooral de meisjes reageren: “Wat raar. Is ze verkracht? …” Ik zeg onder andere dat ik het zielig voor dat meisje vind; dat ze haar hele verdere leven voor een kind moet zorgen terwijl ze zelf nog kind is. En dan, eindelijk een jongen die wel wat wil zeggen, met die guitige glimlach op het gezicht: “Dan moet ze een revolver nemen. En dan kan ze dat kind schieten.” Ik sta paf!
Maar eerlijk is eerlijk: de veruit hinderlijkste figuur in deze groep was een jonge­dame. Ze zoog iedereen de afgrond in en wist natuurlijk van de prinses geen kwaad. En maar lachen. Bij een volgend bezoek aan deze klas blijkt dat twee zussen (waren toen afwezig) het nog veel en veel bonter kunnen maken.

Het loopt natuurlijk lang niet altijd zoals ik hierboven heb beschreven. Vaak gaat het er een stuk gemoedelijker aan toe. Toch is het een redelijke uitzondering dat een dag rustig, vlot en soepel begint en dat leerlingen in de klas fluisterend spreken.
Het kan ook allemaal een gevolg zijn van het feit dat ik invaller ben. Maar … gaan leerlingen bij een invaller ook ineens slordiger schrijven of slechter reke­nen? Misschien een beetje. Hoe draait die klas bij de eigen leerkracht, vraag ik mij af. En hoe komt het toch dat als die er niet is, dat dan al die narigheid acuut de kop opsteekt?
Ik weet het: ik zeur, kijk zwart en het zijn maar kleine dingen waar ik over mek­ker. Toch maak ik me nogal zorgen over dit soort gedrag, over deze kinderen en over wat er van hen gaat worden. Ik zie een 2Vandaag-reportage over hoe leer­krach­­ten in het middelbaar onderwijs verbaal en fysiek bedreigd worden en hoe de schoolleiding deze mensen volkomen in de steek laat. Voor de kinderen zelf, zeker voor die van goede wil, moet toch zo vervelend zijn om dagelijks in zo’n onrustige omgeving te verkeren.
Ik maak me ook zorgen over alle kinderen die mevrouw van Bijsterveldt-Vlieg­ent­hart ‘passend onderwijs’ wil geven. Kinderen met een lichamelijke (slechtziend of -horend) of geestelijke (Down, autisme e.a.) beperking. Slechts een keer maakte ik mee dat er een leerling met een lichamelijke handicap in de klas zat. Dat kind werd vrolijk geplaagd en getreiterd door het alfa-mannetje en zijn helpers. Handtaste­lijk­heden werden niet geschuwd.

Deze hele blog was slechts de aanloop naar een meer dan grappig tekenfilmpje over onderwijs en vooral over opvoeden: de Hondenfluisteraar in South Park.

================
1 Om bij voorbaat de indruk weg te nemen dat u hier met een misopeed (kin­der­hater) te maken hebt: vandaag had ik heerlijke dag. Een groep 3, meer dan 30 kinderen met heus wat kneusjes en met een uitstekende stagiair. Een dag met veel leuke momenten en geheel zonder wanklanken. Met voldoende plezier werd er goed gewerkt. Hoogtepunten: de geïmproviseerde gymles (allemaal rode kop­pies van de inspanning), voorlezen (met volle aandacht van het publiek) en een (hemeltje lieve) zangles. Vooral dat laatste: ik kan echt niet zingen maar ‘zij’, onder mijn leiding, dus wel. Dankzij de fijne sfeer durfden kinderen zelfs te ‘so­le­ren’. Werkelijk vertederend.
Het zinvolle en leerzame uitstapje naar Markant (Apeldoorn) wordt door VVD-CDA-PVV vast en zeker wegbezuinigd want … cultuur is een nutteloze linkse hobby.

2 Responses to “Invalmeester I”

  1. Ad Says:

    Hallo Frans,

    Cesar Millan komt binnenkort naar Nederland, misschien kun je toch nog wat goeie tips opdoen ;-).

    Groetjes, Ad

  2. Frans Says:

    Dag Ad,

    Dank voor de tip. Ik weet / denk niet dat ik er de tijd (en het geld) voor over heb. Maar zijn insteek: “I’m not being agressive, I’m being dominant … pack leader …” snijdt hout. Ik kan me jullie interesse trouwens goed voorstellen, als hondentrainers.
    Vandaag weer een leuke schooldag (groep 5) waarin Excel de nodige ‘oh’s en ah’s’ teweeg bracht doordat ik een lijstje plus grafiek van de hoogte van het zakgeld maakte.

    Frans

Plaats een reactie