?

Tante Rita

In iedere familie heb je er wel één; zo’n tante.

Als adolescent hoop je uit haar buurt te kunnen blijven want … die harige, plak­ke­rige, kleffe zoen.
Als 30-plusser blijf je wijselijk op afstand omdat je uit ervaring weet dat het gespreksniveau snel daalt onder -10 NAP. En er is al zoveel sores in de familie.
Blijven de tieners en sommige twennies die dat ‘maffe mens’ wel gek, grappig en geinig vinden. Altijd een relletje in het verschiet met tante Rita in de buurt. Tel bij de fanclub nog een paar familieleden die nooit volwassen zijn geworden.

Hieronder enkele delen van de plenaire vergadering van de Tweede Kamer d.d. 18-02-2010 uit de tweede termijn van het Uruzgandebat. U kunt het terugkijken op YouTube.
“Uruzgandebat, wat was dat?” zult u zeggen. Ja, dat was het debat dat leidde tot de val van Balkende IV, onze laatste regering; de regering die eigenlijk had moeten vallen over de veel grotere kwestie Irak, dus naar aanleiding van het rapport Davids.
Maar goed: het werd Uruzgan … In 2006 vertrokken Nederlandse militairen naar Afghanistan om daar goede werken te verrichten. Omdat dat hen redelijk afging en omdat er geen enkel ander land stond te trappelen om zich in dat wespennest te steken, werd deze missie verlengd van 2008 tot 2010. Maar echt, heel erg echt niet langer dan 2010. Deze mening werd bijna Kamerbreed gesteund en door de regering (Balkende II of III vermoed ik) onder­schreven. En dan blijkt in 2010 dat minister Verhagen middels vage brieven en duistere toezeggingen de deur op een kier gezet te hebben voor … verlenging van de missie. Brieven en / of toezeggingen waar collega-minister Bos wel of niet van geweten heeft of had moeten hebben. Alle kans dat hij niet scherp is geweest op dit punt. l’Histoire se répète: in 2003 gaat De Hoop Scheffer aan de haal met het regeringsstandpunt aangaande Irak; in 2010 is het, al dan niet opzettelijk, Verhagen.
Ik ben het helemaal eens met de eerste zin van de spreekbeurt van mevrouw Verdonk. Het debat kromt de tenen. Maar voor de rest … Ik vind haar gedrag, toon en woordgebruik, om met haar woorden te spreken, beschamend.

Mevrouw Verdonk (Verdonk):
Voorzitter. Wat een beschamende vertoning van dit rariteitenkabinet! Dit debat zal niet leiden tot meer mensen die gaan stemmen op 3 april. Ik [alom gelach] eh, op 3 maart, excuus.
Ja, mijnheer Bos, ik ga daar maar meteen op in want u grijpt iedere gelegenheid aan hier om te lachen. Ik zou me schamen als ik u was! Schamen; dat is, dat is het enige dat u betaamt, want u zit hier te líegen! U bent een grote draaikont. En dat was al … Ja, kijk maar naar de voorzitter! Motie van wantrouwen? Nee, want dan zou heel Nederland zou een motie van wantrouwen indienen. Want heel Nederland ziet wat er gebeurt. Heel Nederland ziet dat ze hier gewoon voor de gek worden gehouden, de hele avond! Blijft u maar lachen, mijnheer Bos. Ik ben het helemaal met de heer Wilders eens. De hele avond dat rode hoofd, de hele avond dat teken van bovenmatige temperatuur. En dat zie je vooral bij mensen die líegen, draaikonten! Het CDA bestond al uit draaikonten. Waarschijnlijk was dat besmettelijk, want nu heeft de PvdA dat overgenomen.
De voorzitter:
Wilt u proberen om via de voorzitter te spreken?
Mevrouw Verdonk (Verdonk):
Ja, voorzitter, Balkenende IV is een zinkend roeibootje, waarin de passagiers alleen nog maar bezig zijn met hozen. Het reisdoel wordt nooit bereikt. Ons land is stuurloos ten tijde van een crisis. Het kabinet-Balkenende IV is verstrikt in leu­gens, roddel en achterklap. U moet zich schamen!
Mevrouw Hamer (PvdA):
[Zij vraagt de voorzitter om in te grijpen in verband met de door Verdonk gebe­zig­de taal.]
De voorzitter:
[Verbeet wijst erop dat leden van de kamer en het kabinet zelf een punt kunnen maken van onheuse aantijgingen.]
Mevrouw Verdonk (Verdonk):
Die durft het risico niet aan! [Gelach]
De heer Van der Vlies (SGP):
[Tijdens zijn bijdrage aan het debat spreekt hij zijn afkeuring uit over het taal­ge­bruik van mevrouw Verdonk.] [Tafelgeroffel]

Dan volgt de beantwoording in tweede termijn.
De heer Bos:
Voorzitter, een bewindspersoon hoort binnen en buiten de kamer de waarheid te spreken. Dat geldt mij en al mijn collega’s. Dat heb ik ook altijd gedaan en ook vandaag. Door zowel mvr. Verdonk als dhr. Wilders is in tamelijk grove be­woor­dingen gezegd dat ik leugens vertel en onder normale omstandigheden zou ik hen vragen die woorden kracht bij te zetten met een motie van wantrouwen. Uit het feit dat zij zelf al hebben aangegeven dat niet te zullen doen, kan iedereen conclusies trekken over het kennelijke oogmerk van deze opmerkingen. En dat stelt mij ook in staat deze opmerkingen op waarde te schatten en het hierbij te laten. En ik dank dhr. Van der Vlies voor zijn wijze woorden op dit punt.
[Tafelgeroffel]
Mevrouw Verdonk (Verdonk):
Voorzitter. Ik heb een vraag aan minister Bos. Dus ik zou het op prijs stellen als hij daar nog even ging staan. Dank u wel mijnheer Bos, dank u wel minister Bos.
Wij zijn nu aan het debatteren vanaf kwart over vier tot kwart over tien. Aan alle mail die ik binnenkrijg, jah, merk ik dat de mensen in het land precies vinden wat ik u net verteld heb. Namelijk dat u hier al zes uur om de hete brei aan het draaien bent. Wij hebben allemaal dat programma gezien; dat programma van Pauw en Witteman, waarin u gewoon zei, gewoon recht in de camera, dat u niks wist van de brief. Wij zagen u allemaal gisteravond op uw verkiezingsbijeenkomst en u staat hier gewoon een ander verhaal te vertellen. Mijnheer Bos, ik blijf gewoon bij mijn woorden: u bent aan het drááien, al de hele avond. Ja. Ú maakt dat dit kabinet niet toekomt aan het regeren van ons land. En ú moet zich daarvoor schámen. Ja. En als u dan ook nog achter de tafel zit te láchen als er even een vergissing gemaakt word in een datum … Mijnheer Bós, waar bent u mee bezig. Bent ú nou vicepremier van ons land? En ú bent hier de hele avond aan het draaien. Er is een Nederlands spreekwoord: al is de leugen nog zo snel, de waarheid achterhaalt hem wel. Succes morgen.
De voorzitter:
Dank u wel.
[Het is mvr. Verbeet nu toch ook te gek geworden. Ze herinnert aan afspraken over parlementair taalgebruik en ‘spreken via de voorzitter’. Ze constateert dat sommige Kamerleden daartoe niet bereid of in staat zijn. En ze spreekt daarover haar teleurstelling uit.]
De heer Bos:
Voorzitter. Ik heb hier niks meer aan toe te voegen.

De heer Van Zelm:
Die Verdonk. Het zal je tante maar zijn ;-). Of je volksvertegenwoordiger.

Plaats een reactie