?

De Van Ostadestraat

Eerder wijdde ik een serie blogjes aan de mensen, huizen en winkels in en bij de Simon Stevinstraat. Er kwam heel wat jeugdsentiment voorbij, sentiment gedeeld met buurt­genoten.
Mijn moeder schreef ooit prachtige, uitgebreide verhalen over de huizen waar zij woonde. Die geven een fraai tijdsbeeld. Misschien dat ik ze ooit nog eens uitwerk.
Zo mooi als zij het deed, kan ik het niet maar ik woonde op meer plekken dan alleen de Simon Stevinstraat en die moeten toch ook vereeuwigd worden.

Een overzicht van alle huizen staat in het blogje over de Sarphatistraat.

AdressenVanODe Van Ostadestraat duurde van 1974 tot en met 1978. Deze woning was een stuk rianter dan de Spaarn­dam­mer­straat: een bel-etage en dubbel zo groot als de Spaarndammer. Min­punt, meteen maar, was de herrie van buren boven en misschien ook links. Dat was soms doffe ellende. En door de lage ligging in die smalle straat had ik er weinig zon.

De verhuizing was … memorabel. Om de een of andere reden kon of wilde ik geen vrij nemen van school. De klus werd ge­klaard door de (zeer) erkende ver­huizer Den Hollander. ‘s Och­tends heb ik de sleutels van de Spaarn­dam­mer­straat afgegeven, ‘s Avonds stond alles in een al half ingericht huis. Werkelijk alles, dus ook de zakken met vuilnis die ik toch echt zo had gelabeld. Den Hollander deed alle transporten in de familie, al vanaf opa Ketting.
De kat Vogeltje verhuisde niet mee. Die had ik ondergebracht bij de boven­buur­vrouw van mijn toenmalige vriendin. Daar kreeg ze meer aandacht en een betere verzorging. Met Pauwtje, de andere kat, is ze nooit vriendinnen gewor­den.
Voor de inrichting, de vloerbedekking in huiskamer en gang, heb ik voor het eerst een leninkje afgesloten. Was het ƒ 1.000,00 bij de Stads Kredietbank? Een andere grote aanschaf was de ‘antieke’ eettafel. Dat is de enige keer geweest dat ik met een bakfiets Am­ster­dam onveilig heb gemaakt. Toen de buit binnen was, hebben haalhulp en collega van de Weeren­school (en meer) Ilja en ik de pas verworden fles dure wijn Chateau Margaux geheel soldaat gemaakt. Heerlijk!
Vervolgens maakte ik misbruik van Berts vaardigheid als meubelmaker: hij ont­wierp en con­strueerde een bank en twee stoelen. Ik hielp.
In later jaren kreeg ik de beschikking over fatsoenlijk en fraai familiemeubilair: stoelen, een groots bed en het dressoir, alles gemaakt door opa – meubelmaker – Ketting.

De straat was niet best: druk en zoals gezegd smal met bijzonder veel gepar­keerde auto’s, steevast tot ver over de stoep en vaak ook dubbel.
Beneden mij zat een aannemer-stukadoor. ‘s Avonds werden de auto’s naar binnen gereden, ‘s och­tends vroeg hoorde ik ze vertrekken.

HuisAsdVanOstadestraat14De woning was ruimer, zelfs zeer ruim voor één persoon. Maar hij was niet be­paald fanta­­sie­rijk of gezellig.
Buitentrapje, voordeur, binnentrapje in het halletje en dan een lilleke, lange rechte gang. Direct links de deur naar de huiskamer en links achteraan de slaap­kamerdeur. Aan de rechterkant een schuinse trapkast, douche (hier wel) en toilet. Recht door zat de keuken.
Kleine bijzonderheid: vorige bewoners hadden eigenstandig de waranda gedicht waardoor het een soort serre was geworden. En achter de keuken ont­stond zo een bijkeukentje. Ondanks dat er ook hier weinig zon kwam, deed de abutilon in de serre het zeer uitbundig. Hij gaf prachtige oranje bloemen, veel, en zelfs na weken verwaarlozing kwam hij er steeds weer bovenop.
Van de lattenzolder heb ik weinig gebruik gemaakt. Buitenom, via de andere deur in het portiek, en dan helemaal naar boven. Onhandig.

HuisAsdVanOstadestraat04 HuisAsdVanOstadestraat02
HuisAsdVanOstadestraat03 HuisAsdVanOstadestraat05
HuisAsdVanOstadestraat01
VanOstadestraat11 HuisAsdVanOstadestraat10

De binnentuinen waren grotendeels volgebouwd. Van links hoorde ik regelmatig het gesis van het vullen van gasflessen, tenminste: ik denk dat dat het was. Van rechts kwam af en toe het geluid van spelende kinderen van een school.
Ik keek met redelijke jaloezie naar de panden aan de andere kant, die aan de Ceintuurbaan: volop zon en met mooie, ruime tuinen. Een latere logeerpartij in hotel Sarphati was om verschillende redenen geen succes maar in ieder geval heb ik de tuinen één keer van de goede kant kunnen bekijken.

Voor boodschappen ging ik vooral naar het Van der Helstpleintje. In mijn stukje van de Van Ostade was niks eetbaars te koop.
Op de eerste hoek van het pleintje zat een echte buurtkroeg; mij niet gezien. Iets verderop zat Dopey’s Elixer, de studentenvariant, en als de centrumkroegen me te ver waren, was dat de plek. Krimmig, wat heb ik gekroegd.

Vanaf de Van Ostadestraat was de Lutherschool in de Nicolaas Beetsstraat zeer fietsbaar: Ceintuurbaan, Roelof Hartplein, Van Baerlestraat en dan linksaf de Kinkerstraat in.
De Weerenschool aan de Zilverberg was andere koek. Kan zijn dat ik het ooit fietste maar ik koos toch voor – of – lijn 3 naar Muiderpoort en dan de 37 naar de IJdoornlaan – of – met 16 of 24 naar het Centraal en dan bus 33.

Het nabijgelegen Sarphatipark heeft me nooit kunnen bekoren. Te klein en (toen zeker) een te triest vervallen rotzooi.

Van Ostadestraat

Ze komen als het schemert
zei m’n zoon
die spreeuwen

we staan op zijn balkon
de lucht is leeg
als een projectiescherm

dan slaat een zwarte golf
de stilte in
als harde regen valt de kak
diep in de troosteloze tuinen
van de stad

maar aan de kale populier
vliegt honderdvoudig blad
en een verlangen ruist
tot in de top

Na mij kwam broer Bert wonen in de Van Osta­de­straat. Dat was eind 1978. Opnieuw had vader dus een sturende vinger in de pap. De woning aan de Marnixkade kwam zo beschikbaar voor de volgen­de Van Zelm.
In ‘zijn tijd’ (Berts) ging ik er regelmatig logeren als ik, in­mid­dels freelance ICT-trainer, in Am­ster­dam moest zijn. Eerst eten bij de Assyriër aan de Eerste Van der Helststraat en dan tot drie, vier uur dram­men en drinken.
Daar weer na heeft mijn zoon er nog een tijd gewoond; eerst een tijdje met ene Giaccomo en toen met Michiel. De Van Ostadestraat 187 is een fami­lie­­resi­den­tie geweest ;-). Naar aanlei­ding van een bezoek aan Michal schreef Corrie bijgaand gedicht.

Ik had al helemaal nooit een hekel aan pa maar nu denk ik: het was geweldig dat hij dat met die huizen voor el­kaar kreeg en zonder buiten de lijntjes te kleuren. Zo­doen­de heb ik ook nooit problemen heb gehad met een hospita in ver­band met vriendinnen op visite ;-).

Tot 1896 heette dit stukje Amsterdam de Hoedemakersstraat in de gemeente Nieuwer-Amstel. Hier ook een plaatje uit 1894 van de daar gelegen Boerenwete­ring.

In 1978 verhuisden Corrie (!) en ik naar de Frans van Mierisstraat 42.

Plaats een reactie